
Dijkshoorn
over BigBrother: the battle
en
Nieuw: Dijkshoorn spreekt - Evert ten Napel (19/09/2001)
Dijkshoorn gaat line-dansen
Line dancing, dat leek me leuk!
Waarom niet. Ik kon wel voor eeuwig de gedreven columnist uit blijven hangen
maar lekker stram door een zaaltje schuiven met een snor onder je neus en een
spijkerbloes met tieten aan je arm, ik zag er opeens helemaal het nut van.
Op de laatste braderie bij ons
in de buurt had ik nog hard met mijn vrienden staan lachen om de
synchroondansers met geile riempjes om. Bij wijze van leuk had ik een
line-danser die een vrolijke witte zakdoek uit zijn achterzakje liet wapperen
meerdere malen gevraagd of hij anaal met mij wilde verkeren. Steeds als hij
weigerde had ik hem op de universele zakdoekentaal van de homoseksuelen gewezen.
Meneer stond hier wel heel macho een beetje de peuken uit de grond te dansen met
1500,- leer om zijn voeten maar er werd door hem, bewust of onbewust, heel
duidelijk een homo erotische paringsdans vlak voor mijn neus gedaan. Of hij zich
daar van bewust was? Dat werk. Wanhopig werd hij van mij.
Maar onder mijn bravoure had ik
in het geheim al stiekem genoten van die prachtdans. Linedansen had wat mij
betreft de toekomst. De Ierse variant haatte ik. Lord of the dance, dat wisten
we nu wel, die springende bromtol met zijn armpjes langs het lichaam. Drie uur
kijken naar 345 dansers die mooi gelijk hun kleine bijhersenen er uit staan te
stampen op een houten vloer. Vond het ook altijd op de rand van fascistoïde
dans zitten. Als Hitler in ‘43 zo met zijn bevelhebbers over een plein had
gedanst, er had geen haan naar
gekraaid.
Nee dan line dansen! Daar kon
ik me wel mee identificeren. Stond je toch een beetje vanuit een Texaanse
beleving met je heupjes van
hupsakee te doen. Het stramme sprak me niet zo aan. Dansen alsof je er na drie
jaar een gulden in gooit, dat was niets voor mij. Ik had mij terdege voorbereid.
Ik pakte de gele gids. Dijkshoorn ging morgen hoe dan ook naar een gezellige
gymzaal om de voetschimmel van duizenden schooljongens en meisjes uit de vloer
te trappelen.
Verbijsterend aanbod was er bij
mij in de buurt. Ik kon kiezen uit The Breakie Break Bounce Boys, dansvereniging
De Leren Laars, Zakdoek on your
head, dikke pret en Skake That Nipple In A Square. De laatste maar eens gebeld.
Zaten drie straatjes verderop. Tegenover de slager. Dansers met uitzicht op
ossenworst. Zaten vol. De Breakie Break Bounce Boys waren voorzien. Als ik nog
geile vrouwen wist dan kon ik altijd bellen. Het ging er om spannen. Ik had geen
zin om twee uur in de auto te zitten om ergens in Belgenland met uit hun bek
stinkende kansarmen door een zaaltje te bonken. De Leren Laars eens proberen.
Nee, dat was geen punt. Ik kon meteen komen. Kledingvoorschriften ook niet al te
moeilijk. Geen badslippers was de enige restrictie. Daar kon ik mee leven. Men
danste in buurtcentrum schaamkaakje. Vlak na het volksdansen.
Enigszins bescheten maakte ik
dezelfde avond nog mijn entree. Die hele doffe ellende van vroeger kwam weer
boven. Met nieuwe voetbalschoenen in je hand een kleedkamer vol met moeilijk
opvoedbare voetbalkinderen binnenkomen. Die sfeer. Direct voelde je loodzwaar de
door je moeder verkeerd gekochte trainingsbroek met gulp als beton om je reet
heen zitten. Je wist opeens niet meer zo zeker of voetballen met een bril op zo
tof was. Was je maar dood. Kijk daar reed je moeder zwaaiend weg om drie uur
lang met haar vriendinnen over opvoeding te gaan praten. Hoeveel jongetjes
hadden er in die tijd niet in mijn shampooflesje gepist? Het kwam heel hard weer
boven, maar onterecht. Wat een hartelijke mensen allemaal bij de Leren Laars! Ik
werd direct opgenomen in de familie van 120.000 Nederlandse linedansers. Ik
durfde voor het eerst goed om mij heen te kijken. Grote schrik. Zelden had ik
zoveel lelijke mensen bij elkaar in 1 zaaltje gezien. Goed, het kampioensteam
van Feijenoord misschien of het familieteam van Simon Tahamata met 11 kleine
voetballende driftige bruine pygmeetjes, maar daarna kwam je wel bij De Leren
Laars terecht voor de fysiek geknechte medemens. Bijna iedereen miste een oog.
De Houten Poot hadden ze ook kunnen heten. Ik telde zes mensen met een prothese.
Ik wad duidelijk in de onderbuik van de Nederlandse linedance scene terecht
gekomen.
De voorzitter stelde zich
uitgebreid aan mij voor. Een heel verhaal stak hij af. Duurde een minuut of
twintig. Soms werd hij onderbroken door luid applaus en dan weer opeens door
instemmend gebrom. Ik had na de speech alleen het woord “samen” verstaan.
Alsof hij in het Deens tegen me stond te lullen, zoveel slijm uit zijn hangende
mondhoek. Ik besloot er wat assertiviteit in te brengen. Ik ging die horde
noodruftigen eens op sleeptouw nemen. De Leren Laars zou voortaan ook op
braderieën worden uitgenodigd, wat kregen we nu.
“Goed, horrelvoeten, gaan we
nog linen of niet.” Een geweldig idee! Je moest er maar opkomen. Ik gaf de
geluidsman, een zwaar invalide jongen die steeds heel hard “stetson”
schreeuwde, mijn meegebrachte tape. Een razende uitvoering van Duelin Banjo’s.
Dat zou ze leren. Thuis had ik op mijn sokken weken geoefend op deze manische
track. 170 beats per minuut. Waanzin gecomponeerd voor veertien banjo’s. Dit
was alleen voor de allersterksten, deze uitputtingsslag. Een beetje op je reet
slaan en je hak aanraken tijdens Tammy Wynette dat wisten we nu wel. Dijkshoorn
introduceerde het speedlinen.
Fijn, daar stond ik met al mijn
nieuwe vrienden van De Laars in een vierkant. De cassette werd gestart. Ik
hoorde de vier drumtikjes vooraf als een mitrailleursalvo door de zaal kaatsten
en daar beukte de eerste banjo er al in. Verwarring bij de aanwezigen. Daar ging
ik. De zaal was van mij. Ik gooide al mijn moves er uit. Mijn voeten leken een
eigen leven te leiden. Op badslippers was ik nu al dood geweest. Op een kwart
van het nummer zat een break waarna het tempo zich verdubbelde. Speedcorecountry,
een nog onbekend genre in de Leren Laars zag ik. Men zocht doodsbang de kanten
van de zaal op. Ik voelde verwijdering en dat was niet goed. Tijdens een
wervelende hakkenbardraai greep ik een eenbenig lid bij de kraag en sleurde hem
de dansvloer op. We gingen vanavond nu eens niet zielig doen. Dijkshoorn vond
dat ook de invalide medemens recht had op een pittig stuk strictly countrystyle
dancin. Ik greep de jammerende man bij zijn schouders en slingerde hem stevig in
de rondte. Hij genoot begreep ik uit zijn gekerm. Fysiek contact, het was zó
belangrijk. Oorverdovend gekletter. Zijn prothese
had de middelpunt vliegende kracht niet meer aangekund en had zich als een
projectiel door een raam geboord. Buiten zagen wij, terwijl de muziek maar
doorraasde, een man die zijn hond
uitliet. Hij keek verbouwereerd
naar het kunstbeen. Daarna keek hij keek naar boven.
Jammer, de magie was
doorbroken. Ik was geheel uit mijn ritme. Midden op de vloer deed ik nog wat
country rek en strek oefeningen. Cowboyhoed omgekeerd op de vloer en dan steeds
in een beweging met je zak in de stetson. Spagaat voor rednecks. Stonden opeens
al die freaks om me heen. Zo dansten zij niet. Ze deden het alleen voor de lol.
Of ik weg wilde gaan. Dezelfde avond nog kreeg ik ze aan de deur. Ik was mijn
cassette vergeten. De voorzitter sprak mij toe. Ik verstond “geroyeerd”en
“voor het leven”.
Doordevil
Nu ook: De
Verzamelde Kritieken
|