Doordevil, the man without taste!



Doordevil, the man without taste!

Doordevil leeft mee





"Hij is anders, het trekt wel bij."  

Ik kwam zoveel op Kutjebef en in café de Kut dat ik het niet eens meer in de gaten had. Dat er Kut in voorkwam. Ik merkte het gisteren opeens. Vanaf zolder riep ik in het trapgat: “Schat, Kutjebef is terug”. “Dat zou tijd worden, schrijvertje van niks. Ik doe even iets makkelijks aan, ik zie je zo”, was het antwoord. Verdomd, het betrof hier een handeling! Ik was inmiddels zo gedegenereerd door internet dat Kutjebef voor mij niets anders was dan een jongen met een zwarte hoornen bril op. Zwetend zwoegen op een zilte biefstuk, dat was het natuurlijk ook. 

Ach, ja, kutjebeffen, toen we nog jongens waren. Als je natte wenkbrauwen had was je de held van de straat. Ik woonde in een vreemde buurt. Door natuurlijke selectie woonden er op nummer 8 t/m 36 allemaal fervente beffers. De oneven getallen, aan de andere kant van de staat, waren meer neukertjes. Losertjes.

Het beffen werd er met de paplepel ingegoten. Ik wist niet beter. Mijn vader deed het voor op een oude zeem. Ik kon er wat van zei hij. Andere jongens in de stad waren met brommertjes bezig, wij lagen de hele dag lekker op ons buik een masterclass te kutjebeffen. Emotionele toestanden in de straat als je voor het eerst er alleen op af ging. Je ging je eerste kut beffen. Huilende vaders bij de heg. 

Bij mij pakte het anders uit. Ik blokkeerde. Ik lag al met mijn voorhoofd in het schaamhaar toen ik opeens werd overvallen door een gevoel van enorme  zinloosheid. Juist nu, met mijn gezicht in het zo prachtig door mijn opa beschreven kutwerk bedacht ik mij dat je ook kon gaan wandelen. Ik kon me opeens niets zinlozer voorstellen dan kutjebeffen. Het stonk ook. Wat was ik in godsnaam aan het doen? Wat was er van me geworden? 

Een klassieke scène volgde. “Nee, nee, ik wil niet meer, laat me met rust. Nee, sorry, het ligt echt niet aan jou, je ruikt heel lekker. Nee, echt niet, je hebt een prachtkut, echt. Zo zie je ze zelden, zo groot en toch ook weer zo klein. Het ligt echt aan mij. Ik ben gewoon niet zo, sorry”. Daarna de klap van de deur. 

Thuis vertelde ik aan een hele kamer gespannen buurtgenoten dat ik nog kramp in mijn tong had. Jongens jongens , daar zat de komende twee jaar geen witte aanslag op als ze begrepen wat ik bedoelde. Haha!! Koning Bef De Eerste  was opgestaan, zoveel was zeker. Feest! 

“s Avonds lag ik lang wakker. Wat was er toch met mij? Ik was een bijzondere jongen. Ik was anders, dat voelde ik. Er zat veel meer in mij. Het kolkte en bruiste en het wilde er uit, niet er in. 

Pas 20 jaar later schreef ik mijn eerste column.

Nico Dijkshoorn         

Roel en Roel heersen met een grote H 

Nu ook: De Verzamelde Kritieken 






Doordevil, the man without taste!

Dijkshoorn in het Veronica Forum

Rudeboy wordt intiem
retecool, duidelijkheid kent geen tijd