


|

|


|

De Vleesmachine
Alsof ze het er om doen. Bij mijn supermarkt, een C1000, hebben ze een volautomatische vleeswarenmachine neergezet. Een bezienswaardigheid. De halve gemeente was uitgelopen om dit wonder te aanschouwen. Emotionele taferelen. Sommigen werd het teveel. Men viel elkaar huilend in de armen. Een vleesmachine! Eindelijk de erkenning voor ons stadsdeel, zo werd het gevoeld! Ja, ook hier woonden mensen die van de vooruitgang wilden proeven. Gelukkig was het geld niet naar Tante Annie van om de hoek gegaan. Daar was iedereen wel opgelucht over.
Dat kon ik wel weer meevoelen. Tante Annie kende ik als een schurftige huismijt met een jurk aan, die sinds het overlijden van haar man, liggend vanuit haar portaal de buurtbewoners schuimbekkend en luid schreeuwend probeerde te activeren om wat levensmiddelen voor haar te kopen. Wilde een rolstoel, maar dat plan was godzijdank gedwarsboomd. Die lag er dus nog gewoon, dacht ik grimmig, overdekt met vier dagen post in haar halletje. Gisteren was ik er nog langsgelopen en had haar op orkaankracht horen tetteren: “Heee, kale, jij daar Dijkshoorn, oude rukker, koop jij eens even snel een bloemkool voor me en een pak allesbinder voor het aanhangend kookvocht!!” Ik had door de brievenbus gegluurd Wat een zegen voor de middenstand, het verbod op een rolstoel. Ze zag er zelf inmiddels uit als een uitheems gewas met aanhangend kookvocht. Je moest er niet aan denken dat deze levende struik BeriBeri opeens de mobiliteit bezat om zelfstandig een supermarkt te bezoeken. Vier jaar geleden, toen haar man nog leefde was ze schreeuwend en tierend met haar looprek door zeven displays met augurken heen gewandeld. Mevrouw kon de suiker niet vinden. Goede beslissing van de gemeente dus, rolstoeltje afwijzen. Nu propten we af en toe wat bij haar door de brievenbus naar binnen. Ik had tijdens de koudste dagen van december nog wat erwtensoep in de hal laten stromen. Dat had wel iets van een kerstsfeer teweeg gebracht. Natte kranten, ingedikte soep en daartussenin, als een pas geworpen aubergine, lag Tante Annie te vloeken en te tieren dat alle worst er al uitgevreten was. Nog een keer keihard door de brievenbus geroepen: NEEM HET ER MAAR GOED VAN, OUD INVALIDE MEDEMENS!!! NIET ZEUREN, IN ANDERE LANDEN HEBBEN ZE NIETS. U HEBT NIETS TE KLAGEN, TANTE ANNIE, SCHAAM U!! GOEDENMIDDAG!!
Dat was dus al erg, een hulpbehoevende in de nabije omgeving. Was er net een wankel evenwicht in de wijk, moest er een vleesmachine worden neergezet. Ik keek vol afgrijzen naar deze helse machinerie. Ik, Nico Dijkshoorn die al drie keer met mijn arm had vastgezeten in een lege flessenmachine, de Doordevil die drie jaar lang “dank u wel voor mijn geld, mag ik een bonnetje” had gelispeld in de gleuf van betaalautomaten, een volwassen man toch, moest zich nu door een ondergeschikte winkelbediende gaan laten uitleggen hoe deze vibrerende en trillende metalen slagersknecht werkte.
Het was heel eenvoudig hoorde ik. Vleeswaren kiezen, gewenst aantal grammen intikken, dik of dungesneden, op de groene kop drukken en hopla, Dantes Moderne Hel kwam zuchtend en blazend in beweging. Vlees gesneden terwijl u kijkt. Angstig keek ik naar de 40 verschillende bonken vlees die tegen het raampje van de machine werden gedrukt. Daar kon je uit kiezen. Een vrolijke vleesetalage. Luguber gezicht. Het geleek wel kunst van de Nederlandse kunstenaar Arend Kaapskogel, bedacht ik mij, die in de gemeente Alte Jouwert tot grote schrik van de plaatselijke Rien Poortvlietadepten 36 reigers op een plank had gespijkerd, om daarna “de natuur rustig zijn gang te laten gaan”. Deze machine zorgde voor een zelfde effect. Keiharde confrontatie met de dood. Gesneden en op een kartonnetje, dan viel het wel mee, maar nu, die lillende bonk rosbief, die daar op mijn commando gescalpeerd werd, dat was heel andere koek. Net als met mosselen. Moet je niet close up naar gaan zitten loeren, naar zo’n pan dampende kutjes op tafel. Die harde zwarte klit in een mossel, als je die één keer hebt gezien eet je ze nooit meer. Het werkt ook net als met echte kutten. In je gedachten altijd prachtig van vorm en strak in de broek gedragen, maar in het echt toch vaak ook weer de drie ons gesneden rosbief, vanuit het lichaam naar buiten kolkend. Uitbarstende Vleesvulkaantjes.
Ja mensen, dat ging er allemaal door mij heen, vlak voor die vleesmachine. Ik ben niet het type voor een grote ham, merkte ik. Ik zie het dier er nog aanzitten. Dat stoort. Los daarvan natuurlijk een belachelijke uitvinding. Vers van het mes, dat zal het idee wel zijn. Ik ga nog liever dood dan dat ik een stuk ontbijtspek van een kilo of 30 elektronisch in beweging breng.
Dijkshoorn is principieel tegen de vooruitgang!! Ophouden godverdomme met al die elektronische leukigheden!! Ik wil niet zelf uitvergrotingen van foto’s maken. “Doet u het maar voor me, fotobediende”, schreeuw ik altijd.
Pasfotohokjes, ook om gek van te worden. Totale debilisering. Ik vond de oude hokjes wel wat hebben, dat je één seconde voor de flits opeens in het raampje zag dat de stoel te laag stond. Stond bijna altijd met mijn reet op de foto, wild draaiend aan het krukje. Ook net op het moment dat je dat hokje in kroop zestien mensen voor het gordijntje. Zit je toch minder lekker, beetje stupide gaan zitten lachen met iemand vlak naast je. Ik mocht kinderen in die tijd graag aan het schrikken maken, bij de oude hokjes. Ging ik, als de foto er uit was gerold, heel hard staan schreeuwen in het uitgiftegaatje. “Japanner daarbinnen!!, Japanner!! Soekoe Hatoe, hé, oude experimentele filmer, zet die föhn nog eens aan, mijn foto is niet droog.” Beetje schudden aan zo’n hok deed het ook altijd goed. In heel Nederland illegaal er bij klussende Japanners, de hele dag in die hokjes, dat beeld creëerde ik graag want ook toen voelde ik al dat ik een kunstenaar was. Ik schiep mijn eigen werkelijkheid met de jeugd van de toekomst als geboeid publiek. Zo moet u het zien.
Pasfotohokjes nu. De hel. Helemaal geautomatiseerd. Je kan de foto eerst proberen. Wat is dat voor onzin? Ik vind dat je er minstens zes keer zes gulden in moet donderen voordat die imbeciele grijns van je kop is. Zo kan iedereen het! Ophouden. Je kan nu ook Leuke Pasfoto’s maken! Dolle pret. Je hoofd op het lichaam van een bodybuilder monteren, waar houdt het op, de vooruitgang!
Ik ben nog van de generatie die zijn haren kamde voor een foto, om u een idee te geven. Je ging één keer per jaar naar een Slechte Nederlandse Film Met Kutgeluid en je ging één keer per jaar met het hele gezin een pasfoto laten maken. Je wist niet beter. Was onze vakantie, met zijn allen naar de automaat van V&D. Fotoalbum is een schier oneindige reeks pasfotootjes.
Gaan we het de volgende keer over hebben. Vakantiefoto’s.
Doordevil
|

|
 |

|



|