
Come Together
Iets
later dan beloofd een verslag van ons bruiloftoptreden. Heb nu pas weer wat
afstand tot het onderwerp. Laat ik het strengchronologisch aanpakken.
In
de week naar het optreden toe eerst de zenuwen voor de te zingen teksten. In
enkele nummers zing ik de leadpartij en ik weet bij god niet welke engelse
woorden ik achter elkaar moet zingen. Was ik maar Siep en zong ik in het
Oud-Fries. Dialectrockers komen overal mee weg. Een beetje van achter uit je
galblaas staan kokhalzen en je gaat als het nieuwe onverbiddelijke fenomeen uit
Zuid-Beveland West op de schouders. Ik zing helaas ook nog eens een bekend
nummer, namelijk “Hard to Handle” waarvan de halve wereldbevolking de tekst
kent . Meestal geen probleem omdat we het nummer aan het eind van de 3e
set spelen. Iedereen strontlazarus. Kom ik meestal prima weg met “wee wille
gol meee mie make mie mirakel, kos babie sjoer round te hadle the handle tat way”
Staande ovatie en, hopla waarom niet, nog veertien bladen bier. Ik red mij prima
met mijn fonetisch Esperanto. Ik besef nu echter terdege dat vanavond de sfeer
wel eens heel anders kan zijn. Ja, die vriend van ons zal wel weer het onweer
uit zijn broek staan dansen. Gaat nog liever dood dan dat hij
aan de familie toegeeft de verkeerde band te hebben geboekt.
Zijn
familie vrees ik. Bijna op zeker een broodnuchtere oudtestamentische Otis
Redding tekstverklaarder in de zaal, dat voel ik. 1 accent verkeerd zingen en je
hebt zo’n figuur uren achter je aan. “Otis, meneer, wist u dat die zijn
roots in de negermuziek heeft!” Wat zal ik doen? Zeggen dat ik een groot fan
ben van Lee Towers nieuwste crossover plaat “Members only, Niggers not allowed”
waarop hij op ontroerende wijze een handvol soulcovers op zijn
jan-boerenfluitjes covert. Dat zal toch wel afdoende zijn? Nee, bedenk ik me, de
tekst moet geramd zitten. Ik ga het niet redden met wat oeeehhs en aaahss en
zogenaamd een druk gesprek met de bassist aangaan over het te spelen akkoord in
het refrein. Keihard studeer ik op de nogal stupide tekst. Gaat goed komen maak
ik mijzelf wijs.
Dag
van het optreden. Een gezonde spanning, Heb onze zanger even aan de lijn en hij
lacht steeds net iets te snuivend en te hoog om mijn speedy verhalen. Is ook op
van de zenuwen. We zien de bui al hangen. Het wordt een hel vanavond. We zeggen
het niet tegen elkaar maar ik weet, ook hij heeft voor de zekerheid een nette
broek in zijn koffertje gedaan. Een uur voordat ik door de rest van de band word
opgehaald opeens een zware aanval van volledig bewustzijn. Ik voel mij tot in
mijn tintelende vingertoppen aan toe nutteloos. Ik praat tegen mijzelf. “Daar
sta je dan, Dijkshoorn, oetlul, met je signature Stevie Ray Vaughn Fender
Statocaster en je buizenbak met een net overhemd in je tasje. Lulhannes. Rocken
moet je jongen. Door glazen deuren heenvallen van opwinding, keihard 14
tosti’s voor de band eisen. Onbeperkt chinees eten in zuurruikende kleedkamers
en pas drie uur na een optreden heel voorzichtig een scheel meisje durven te
benaderen en hopen dat ze je als de gitarist van de band herkent. Ze zal je
vragen “droogt dat nou niet vervelend op, dat zweet” en je zal je weemoedige
kop opzetten en iets gevats terugzeggen. Alles beter dan optreden bij een
bruiloft.
Toetertje.
Hele band beneden. Ik woon het dichts bij de snelweg. Sleep de hele kolerezooi
naar buiten. Eerste wat ik doe is naar onze organist kijken. Gaat veel van
afhangen vandaag. Kan zich midden in een nummer opeens uitkleden om aandachtig
zijn eigen pielemoos te bestuderen onder een bühnelampje. Hij lacht. Dat is
tenminste wat. Tijdens de rit naar Gorkum wordt er niet veel meer gelachen. We
doen niet eens ons best om de schijn op te houden. Dit wordt een vreselijke
avond.
Wil
het niet te literair maken, maar het multifunctionele partycentrum (ook voor al
uw congressen en zilveren bruiloften) doemt als een vesting
aan de horizon op. Midden in het landschap gekwakt op goedkope grond. In
de volksmond heeft het de lugubere bijnaam “De Trouwfabriek.”. Heel
voorzichtig heb ik op het net gekeken. Nauwelijks iets durven lezen maar ik zag
wel dat er “tegelijkertijd moeiteloos zeven verschillende heerlijke feesten
kunnen worden georganiseerd in Trouwtempel Forever”
Niets
te veel gezegd. Alsof we het parkeerterrein van de Efteling op draaien Auto’s
met lintjes aan de antenne tot aan de horizon. Met ons busje doen we dingen die
je normaal niet voor mogelijk acht. Ik ken het wel van koninginnedag in
Amsterdam. Twee miljoen mensen op de been en gewoon met je Renault tot aan de
voordeur van een café op de Elandsgracht rijden. Ook nu weer rijden we met de
achterkant van de bus bijna tot op ons podium. Vlak naast mijn raampje staat
iemand onbeperkt saté uit verpakkingen te knippen voor het Indonesisch Buffet
In Een Romantische Setting.
Een
wat opgewonden mannetje die we direct als de ceremoniemeester herkennen meldt
ons heel hard schreeuwend dat we het treffen. JULIIE TREDEN IN HET HOF VAN EDEN
OP!!!!! Net
iets enthousiast
slaat hij mij op mijn rug. Ik zie dat hij als een kind zo blij is dat we
tegen alle verwachtingen in toch nog op zijn komen dagen. We zijn vroeg, nog
geen gast te bekennen. Zijn nog onderweg. We bouwen op. Is weer eens iets
anders, je spullen neerzetten zonder dat er een tandeloze éénoog in je nek
staat te brullen dat je “godverdomme radar love moet speulen”. Zo lang als
ik speel vragen dronken torren aan mij of ik Radar Love speel. Ik antwoord
altijd geroutineerd dat onze drummer vanavond niet over zijn drumstel kan
springen i.v.m met een zakbreuk, dus helaas geen radar love, andere keer
weer”.
Is
vanavond niet nodig. Het publiek druppelt binnen. Ik schat dat 90 % van de
aanwezigen een verzakte prostaat heeft. Radar love waarschijnlijk voor alle
gasten de enige manier om ooit nog de liefde te bedrijven. Karkassen schuifelen
er binnen. Waar zit godverdomme onze vriend ? Het lijkt alsof we op een reünie
van de KNIL zijn uitgenodigd. Moed zinkt ons in de schoenen.
Tweede
nekslag. Een mevrouw van de bar vraagt of ze onze ansicht mag hebben. Verbazing.
Ansicht? Waar
heeft dit teutonische tietenbastion het over? Twee uurtjes van huis en dan een
ansicht naar huis sturen. Hahaha, we lachen wat rock’n rollerig voor ons uit.
“We komen uit Amsterdam, vrouwmens”, zeg ik. Ze wijst naar een wand achter
haar. Grote schrik. Gehele wand bekleed met publiciteitsfoto’s van orkesten
waar je het bestaan alleen maar van vermoedde. Ik zie volwassen mannen in
knickerbockers met een bijpassend iets oversized jasje. Bijna iedereen draagt
een baard tot in zijn hemd. De drummers hebben, om zich te onderscheiden van de
rest van de band, een stokje in hun hand of houden met veel moeite een snaredrum
onder hun arm. Ik zie namen als The Roundabouts, (“ook voor visweekendjes”)
The Jumping Diamonds (“jaren vijftig rock overgoten met een seventies
sausje”) en Trio Fatale Amour. Hebben het lekker voor mekaar. Uitklap ansicht.
Op linkerfoto stemmig musicerend in leuke bandplooibroeken, middelste foto
allemaal springend in een weiland en op de rechterfoto zingend om een brandend
olievat heen.
Paniek,
We beseffen opeens dat het echt foute boel is. Men ziet ons hier als de
professioneel spelende van alles en nog wat band. “Waar is jullie muziek, waar
draaien jullie
je muziek mee, bandjes, tapes, minidisc” willen ze weten achter de bar. “Wij
spelen live, wij komen uit de grote stad” zegt onze drummer nog maar eens,
maar daar neemt men geen genoegen mee. “Muziek, in de pauze, die verzorgen
jullie” We zien dat het menens is. IJzeren wet in dit circuit. Je biedt als
band een muzikaal totaalpakket aan. Personeel bakt bitterballen en vlammetjes.
Samen maak je er een heerlijke avond van!! Die sfeer. Onze hippe vriend heeft
inmiddels plaatsgenomen op een stoeltje midden in de zaal en neemt nutteloze
cadeaus in ontvangst van een schier oneindige reeks horrelvoeten en types
begeleid wonen. We haasten ons naar de kleedkamer.
Alweer
grote schrik. Hof van Eden deelt zijn kleedkamer met de muzikanten van de
partyzaal Piramide
van Cheops en met zaal Babylonische Toren van Raspoetin. We worden met de nek
aangekeken. Geamuseerd kijken we naar de kledingrekken van de andere bands. Voor
ieder set een ander kostuum. We zien geplastificeerde setlistjes liggen. Alle
gitaristen hetzelfde laatste gepielemoos met het multi-effectpedaal waarmee net
zo kan worden geklonken als Ike van Tina in de tijd dat hij haar nog flink met
zijn gitaarband op haar rug gaf. Doet ons goed. Toch een beetje einzelgangers
zijn we vanavond. The Beatles in Hamburg voelen we ons. Goede jongens maar op de
verkeerde plek. Onverschillig maken we de setlist. De rood bakstenen kleedkamer
heeft een goede uitwerking op ons. We worden een beetje baldadig. Hoofd om de
hoek van de zaal. Het Hof Van Eden is klaar voor ons. Midden in die total saté
experience er lekker in hakken lijkt ons het beste. Sfeertje neerzetten.
Opkomst
volgt, volkomen onopgemerkt door het vretende schuim der aarde. Organist heeft
er zin in. We weten wat ons te doen staat. Vrouw van vriend wilde graag iets
leuks van The Beatles, kon dat?
Natuurlijk!
We
vragen het bruidspaar naar voren te komen. Minutenlang stilte. Zenuwachtig
gelach. En daarna spelen we de geilste en suggestiefste “come together”
ooit. Hele zaal ziet ze neuken. Die uitwerking heeft het.
Daarna
een compromisloos optreden voor een steeds legere zaal. Mensen zoeken de hoeken
op. Alsof we in het Heizel stadion spelen. Onze zanger besluit de zaal in te
gaan. De hel van de draadloze microfoon. Drie sets lang je zanger kwijt. Dan
opeens,midden in een gedreven uitvoering van La Grange, al het licht uit
Even valse trots. We hebben als in een slechte videoclip de stoppenkast
naar god gespeeld! Snel weer terug op aarde. We horen een ijselijke gil. Mensen
stromen vanuit de hoeken de zaal in waar onze zanger in een heel onnatuurlijke
houding om een stoel heen hangt. Is in zijn
enthousiasme met zijn hoofd in een oud-hollandse zwaar stalen ventilator
gelopen. Bloed als een rund. Paniek. Hè,wat vervelend nou, net op een bruiloft,
mompel ik zoveel mogelijk. Ik kijk nog eens goed, chroniqueur van het kleine
leed die ik ben Onmenselijke move van onze zanger. Ik zie de stalen ventilator.
Meer iets voor aan een Boeing 747. Als het gebouw niet goed verankerd is komt
het moeiteloos los van de grond als deze wentelwiek op volle kracht gaat
draaien. Heeft hij met zijn voorhoofd in één keer stilgezet. Stoppen
doorgeslagen. Dus toch!
Zanger
wordt afgevoerd. Daarna Stilste Bruiloft ooit gevierd. Geen pauzemuziek,
hufters, dat straalt men achter de bar vooral uit. Na een uurtje of drie is onze
zanger weer terug met een enorme tulband op zijn hoofd. Zou het goed doen in de
Cheopszaal maar nu, zo vlak naast ons, is het nogal uncool.
We spelen lusteloos nog
een nummer en bieden daarna onze verontschuldigingen aan. Het gaat echt niet
meer. Onze zanger haalt de hoge C niet en dan is het zinloos. Begrijpt iedereen
wel. Opluchting alom.
Ga
zo onze zanger eens bellen. Verband mag er morgen af.
|