|
HEEFT U OOK MUZIEK OM NAAR TE
LUISTEREN?
Thuiskomen met een plaat, veel gelukkiger zal je mij niet aantreffen.
Hamvraag: wat valt er te lezen in het cd-boekje?
Natuurlijk heb je in de tram of
bus al voorzichtig gebladerd. Blijft vreemd, teksten lezen zonder dat je de
muziek er bij kent. Zo plat als een dubbeltje. Teksten van Bruce Springsteen, in
de tram meer de onbeholpen memoires van een garagehouder. Maar met de muziek er
bij gaat het leven. Nog steeds een garagehouder, maar gelukkig speelt hij gitaar. Voorzichtig even achter in het boekje
kijken. Ha, bedankjes! Die lezen we thuis.
Lees ik graag, bedankjes.
Moeten bij voorkeur volkomen onbegrijpelijk zijn. We mogen meelezen, maar zullen
er nooit een hol van begrijpen.
“Bedankt, Linda voor de
rondleiding in de Pink Cave”. Dat werk. Beetje sentimenteel mag ook wel.
“Moeder, nu te laat, maar respect voor tante Annie en Ome Kobus”. Als het
maar een beetje down to earth is.
Lukt niet altijd.
Er kan helaas te veel informatie in zo’n boekje. Heeft de weg geopend
naar het onbeperkt essay schrijven. Je kan geen cd van een artiest kopen of er
schrijft een aangetrouwde oetlul een beschouwing van 46 pagina’s over hoe het
allemaal gekomen is. Garry Glitter zijn roots liggen in de Mississipi-Delta
Blues, zo lees je nog eens wat. Lounge-muziek
is via de Etrusken, van vader op zoon, dwars door
Groningen het land binnengekomen. Frank Boeijen blijkt een brug te slaan
naar de laat 16e eeuwse
traditie van het binnensmonds betekenisloos zingen.
Helaas heeft het schrijven van
liner-notes een verlammende werking op de realiteitszin. Ze gaan er echt voor
zitten. Niet schrijven dat Eddie and the Cashflows vooral in Duistland optreden
omdat Duitsers, brood op de plank, nog massaal de straat op gaat om naar een
echte Bluesneger te kijken in de Richtig Spazieren Und Ganz Grossartige
Blueshalle, nee, het proberen te verklaren vanuit een gezamenlijke
polka-achtergrond. Je wilt wél lezen dat Miles Davis een blanke journalist
loeihard met zijn trompet op het hoofd heeft geranseld toen die vroeg “of hij
even aan het eelt op de lippen mocht voelen”. Dat is waardevolle informatie.
Fantasie slaat op hol als je dat leest. Of in een cd-boekje van The Nits, die ik
op de televisie een keer met zijn vieren huilend om een stuk resonerend Zwitsers
natuursteen zag staan, vermelden dat Reinhart Knupvogel in het nummer
“Levensader” een solo doet op lavasteen. “Reinhart, thanks for letting out
what was inside”
Wakker worden godverdomme!
Prikkel de verbeelding. Bij de volgende cd van Marianne Faithfull graag de
volgende regel: “Mick, next time a nuts?“ Dat lezen we graag.
Er gaat heel veel fout. Vroeger
al. Wat een teleurstelling als een band artistiek ging
doen, al dan niet onder invloed van een Guru. Santana, de hoes van
Caravanserai, daar schrok je je het lazarus van in de platenwinkel. Je hoopte
weer op een heel slecht getekende leeuw of tijger, of kunstig ingekleurde
vrouwen met borsten als tractorwielen. Stond je opeens met een blauwe
uitklaphoes vol schimmige kamelen in je hand. Expres van zevenentachtig
kilometer afstand gefotografeerd. Kon een bult of Carlos zelf zijn, op die derde
kameel van achteren. Snel openklappen die handel. Diepe treurnis. Eerste zin:
“the body melts into the universe.” Wist je het wel.
Dankte nu, bij zijn laatste cd,
een veertigtal hogere goden voor zijn sustain en vindt Wyclef Jean één van de
grootste producers van de eeuw.
Andere muziekirritatie.
Concerten beginnen niet meer in het donker en dat moet wel namelijk.
Ergste uitwas? De indie-band in
Paradiso. Gitarist doet de deur open, drummer verkoopt lidmaatschapskaarten.
Hele band daarna achter T-shirt stand. Voor uitverkochte zaal op het podium
uitgebreid stemmen, heel hard lachen om grapje van bassist en met hand boven de
ogen de zaal in turen. Daar staat de componist van al die puntige instant
klassiekers te kijken of de deur al dicht is. “Ja?, Alles dicht, kunnen we
beginnen? Wie komt er nog? Tram gemist? Nee, joh, dan wachten we nog even, dan
ga ik nog even tussen het publiek staan, goed?”
Is dus fout. Ik wil binnen
komen en dan heel slechte muziek horen. Erg belangrijk dat voor een concert de
gedraaide plaatjes volkomen naadje zijn. Geeft aan dat de artiest waar je voor
komt een onbegrepen genie is die zich blijkbaar laat inspireren door Tibetaanse
gebedszang. Jij bent de domme klootzak die aan een vierkwartsmaat is blijven
hangen.
Instrumenten moeten op het
podium staan, eventueel mooi uitgelicht, zodat bezoekende gitaristen even snel
kunnen kijken wat de dikte van de lage e-snaar is. Er moet achter op het podium
vaag een rek zichtbaar zijn met 34 gitaren die jij nooit zult bezitten. De
gitarist gebruikt er tijdens het optreden geen één.
De roadie moet een rol tape in
zijn mond hebben. Als hij bukt kijk je hem net als de meteropnemer recht in zijn
hol. De roadie dient zich uitsluitend in gebukte houding over het podium te
bewegen. Of rollend. Volstrekte nederigheid willen wij. Veel gepulk aan
versterkers, iets zeggen in microfoon en dan naar de geluidsman een gebaar maken
alsof de keel wordt doorgesneden.
Nu niet te snel beginnen. Is
niet goed. Podium al geruime tijd geheel donker. Ik wil nu ook geen bewegend
gordijntje zien en daarna het verbaasde gezicht van de zanger in een volgspot.
Muziek moet nu helemaal stoppen. Publiek begint zich te roeren. Nog even
wachten. Irritatiegrensje opzoeken. Gestamp van voeten. Opeens aarzelend
applaus. Beweging op het podium. Bassist vaag zichtbaar. Tik, tik, tik, tik. Zee
van licht! Daar staan ze, je helden! Eerste vijf nummers worden naadloos aan
elkaar gespeeld en je herkent ze allemaal!
Aan het eind van de avond
verplicht de laatste tram missen en met de nachtbus vier
uur onderweg om thuis te komen. Zo hoort het en niet anders. Begrepen!
Roel en Roel heersen
met een grote H
Nu ook: De
Verzamelde Kritieken
|