
|

Dijkshoorn
over BigBrother: the battle
Doordevil op stap met Reet
en Kutjebef
Ik had al een tijdje niets van Reet
vernomen. Ik vermoedde dat hij ergens ter hoogte van de kreeftskeerkring in een
zwaar rulend hotelletje zat te genieten met wat plaatselijke
gadgets binnen handbereik. Een zwaar heersend apparaatje om kokosnoten
mee te verpulveren. Bij Reet was het al snel goed als het een glimmende metalen
behuizing had.
Ik miste hem. Onze
fietstocht had mij indertijd bijna genekt, maar de avonden in het hotel, wat
waren ze heerlijk geweest. Hoe Reet kon vertellen. Dat deden weinigen hem na.
Tot diep in de nacht had ik zijn gekwek aangehoord, ook als ik tien minuten op
het toilet zat. Maakte hem niet zoveel uit. Het liefst nam hij gezellig op je
dijen plaats tijdens het ontlasten om met die bezwerende kop vlak voor je te
gaan hangen. “Zwaar heersend machientje op de markt, Dijkstoeter, waarmee je
de bolus zes dagen in je darm kan houden. Vif milemansjes, maar dan heb je wel
wat, ruler. Lekker op vakantie, machientje in je kont en thuis gewoon de
ingedikte zwarte kogels uit je lichaam schudden, hé, wat zeggen we daar op?”
Ik had er niet veel op gezegd.
Reet praatte graag. Als ik bijvoorbeeld had gemeld
dat ik ontlasten in den vreemde juist wel prettig vond, vreemde brillen
en andere geluiden bij het doortrekken, dan had hij niet eens geluisterd. In
tegenstelling tot veel andere medemensen zat Reet zijn geest precies in het
goede lichaam. Hij was er zelfs erg tevreden mee.
“Ik ga Reet bellen” zei ik
tegen mijn vrouw. Vreemd eigenlijk. Was een soort stilzwijgende afspraak, dat ik
haar even op de hoogte bracht van eventueel Reetbezoek. De kinderen waren bang
voor hem. Mijn zoon van 6 had hij bij zijn laatste bezoek onverhoeds een virtual
realitiy helm op het hoofd gedrukt. Reet had hem op een handheld gadget
aangesloten, waarna mijn zoon direct tegen de grond was geslagen, visueel
overmand door een bombardement aan zwaar rulende animaties die in razende vaart
aan zijn oogbolletjes voorbij trokken. “Hé, deze reactie is nieuw voor me”
had Reet opgemerkt terwijl hij mijn zoon ontkoppelde. Ze stonden niet echt te
juichen als deze snuiter bij ons aan de deur verscheen. Mijn vrouw vreesde
vooral zijn totale seksloosheid. “Alsof je vier uur met Gandhi zit te
kaasfonduen”, zo had zij de laatste ontmoeting met Reet omschreven. Het was
zaak om Reet op neutraal terrein te
ontmoeten.
“Ha, neus, hoe is ie, oude
kutschrijver?” vroeg Reet me door de telefoon. De kans was groot dat hij mij
ook zag, met zijn nieuwste GSM. Ik bewoog mij nauwelijks. De hernieuwde
kennismaking was als altijd weer prettig. Reet en ik hoefden elkaar juist niet
zoveel te zien. Ik stelde voor om weer eens te gaan fietsen. “Fietsen is voor
triesties, neus” Na wat heen en
weer gepraat besloten we elkaar in Hotel de Linden in Borculo te ontmoeten. Dan
zouden we wel verder zien. “Nog iets, dijkie, vind je het erg als Kutjebef
meegaat..“ "Geen probleem, Reet”
Geen probleem! Kutjebef,
de guerrillalogger. In de provincie op stap met Reet en Kutjebef, dat was vragen
om moeilijkheden. Ik wilde hem graag ontmoeten, daar niet van. De enige logger
die zijn naam volledig eer aandeed. Verfrissende links met een hoog geschoren
mutsgehalte, daar liep ik niet voor weg, maar of dit nu gezelschap was om mee in
een mufruikend hotelletje te gaan zitten, ik vroeg het mij af.
“En?” Vroeg mijn vrouw.
“Ja, gaat door. Borculo. Kutjebef gaat ook mee."
“Wie” riep mijn
dochter?
(Morgen meer...)
Doordevil
Nu ook: De
Verzamelde Kritieken
|

|