
|

Collecteren
Wat paranoia door de Volkskrant
en het leven zelf stelde ik vorige week een daad. Ik, pappa,
ging dit jaar met de reumacollectebus langs de deur. Nee, ik wilde er
niets van weten, niemand anders ging de straat op dit jaar. Het hele gezin onder
de trap met een krant boven het hoofd als vader collecte liep voor de
kromgegroeide medemens. De kans dat ik door een gestoorde reumacollectespotter
rectaal onteerd zou worden achtte ik klein.
Een nacht voor de collecte zat
ik dronken van drank met de ijzeren reumabus in mijn handen op de bank. Geil
dingetje. Mooi handvat. Hield lekker vast als je geen reuma had. Schudde ook
lekker. Ik deed er wat doppinda’s bij en schudde nog eens een keer. Lekker
geluid. Godverdomme als het niet waar was, ik was geboren om te collecteren voor
de stram van leden. Zo zou ik mijn zoon noemen, zwoor ik. Stram van Leden
Dijkshoorn. Ik ging er eens bij staan. Stond me goed, die bus. Ik oefende wat in
de spiegel. “REUMA GODVERDOMME, DOVE KWARTEL, HET IS VOOR DE REUMA, HIER IN
DIE GLEUF, OUDE MUTS, CENTJE CENTJE VOOR REUMA EN SNEL NU!!!” Aan mij hadden
ze morgen een slechte als ze nee verkochten bedacht ik mij terwijl ik
geroutineerd met de gleuf van de collectebus een flesje heineken openwipte. Ik
liep nog eens langs de spiegel. Ik deed wat alle dronken mannen ooit hebben
gedaan, meestal in de onderbroek met een tandenborsteltje in de linkerhand maar
dit keer met de reuma bus in de aanslag. “Are you talking to me? Are you
talking to me? Are you motherfucking talking to me, asshole”.
Ja, ongelofelijk vond ik het,
dat ik niet eerder was gaan collecteren. Die bus was voor mij gemaakt. Wat een
leuke foto’s ook op de ijzeren rammelaar, van om de bus heengegroeide patiënten.
Het was een vreselijke ziekte maar je bleef er wel vrolijk bij zag ik. Mompelend
op mijn knieën, de bus gezellig tussen mijn dijen, zette ik een plaatje van
Santana op. Ritmisch schudde ik de bus heen en weer op Soul Sacrifice. De Carlos
Santana van nu, met de wollen wambuis op het Christushoofd en die zijn gitaar
zag als een verlengstuk van zijn kleine emotionele bijhersenen daar had ik
minder mee. Die wenste ik van harte een paar jaartjes reuma in zijn linkerhand
of linkerhersenhelft toe. Straf voor het nummer “Maria, Maria”, die weeë
drol van muziek waar oude mannen voorzichtig het gekanteld bekken op bewogen.
Bij de oude Santana denderde de orgelsolo er nu in. Ik uitzinnig op 1 been met
de reumabus boven mijn hoofd de keuken in. Heerlijk. Door de gleuf met mijn wang
snel open en dicht te drukken ontstonden de prachtigste effecten. Ik vond als
het ware een heel nieuw percussie-instrument uit, geweldig!! Wat was ik toch een
creatieve vogel, evenzogoed. Snel, achter de pc, iets schrijven. Ik voelde aan
alles dat er iets bijzonders stond te gebeuren. Dit was mijn nacht. Of zou ik
eerst net als The Naked Chef een eerlijk recept maken met wat mijn keukenkast in
petto had?
Waarom
niet. Ik hoefde pas over vier uur te
collecteren. Slapen was voor talentloze klootzakken. Echt iets voor mij om ook
werkelijk naakt te koken. Met mijn lul gezellig voor me op het aanrecht
snipperde ik wat uitjes om hem heen en probeerde ik net als die scooterrijdende
koknozem met mijn handen allerlei eten door elkaar te duwen. “KNOFLOOKPERS IS
VOOR MIETJES" schreeuwde ik nu op
volle kracht. Mijn vrouw kwam even kijken terwijl ik steunend met één voet op
het keukenblok met mijn blote vuisten op de bolletjes look aanviel. “Ik kook
voor de zieken, vrouw, laat me met rust, dat is beter”.
Ik verloor opeens mijn
belangstelling voor het eten. Dat zou ik morgen wel weggooien.
Schrijven, herinnerde ik mij weer. Niks op de pc, we gingen gewoon lekker
romantisch achter op bankrekeningen schrijven. Een stil protest tegen de
materialisatie van de wereld. Voor het eerst zou ik de door mij zo bewonderde
stream of conciousness stijl beoefenen. Schrijven wat je denkt, waarom niet. Het
was er de tijd voor. Geëmotioneerd bedacht
ik mij dat je met reuma eeuwig monologe kon
interieuren. Nee, nu ik nog gezond was greep ik mijn kans. Lekker
leeglopen op het papier. Briljante dingen ging ik schrijven. Ik was een
bevoorrecht mens. Ik voelde de bus gloeien tussen mijn benen. Ik lachte
bulderend om al mijn geniale invallen. Toen moet ik buiten bewustzijn zijn
geraakt. Drie uur later met schrik wakker. Ondanks de gierende hoofdpijn toch
nieuwsgierig naar het begin van
mijn novelle. Teleurgesteld zag ik dat ik een groot gedeelte van de ideeënroman
naast het papier had geschreven. In de hoek van onze tafel las ik : “zeventien
beschuiten op wereldreis naar de buren niet vergeten netjes te vragen ach man,
nou dat is toch te mad, hahahahaha waarom niet?”
Ik kleedde mij aan en deed mijn
collectejas aan.
(wordt
vervolgd)
|

|