Doordevil, the man without taste!



Doordevil, the man without taste!

Doordevil leeft mee

Arend Kaapskogel schrijft het van zich af

 





Paintballen met Reet  
(13/08/2001)

Wat vooraf ging: 
(“Wij gaan paintballen. We hebben het nodig. Ik voel verwijdering, types. Morgenochtend 11 uur bij Painthell To Paradise. Ik trok mijn jas van het gewei en vertrok.)

Paintball, hoe kwam ik er op. De nieuwe proletenactiviteit. Met afdeling 4b van in en uitgaand betalingsverkeer paintballen en dan naar keuze kaas of vleesfondue toe. Het nieuwe bowlen. Onbekommerd lachen gieren brullen met een verfpatroon tussen je ogen. In hetzelfde segment als karten, ook zo'n vrijgezellenavondsport. Jezelf coureur wanen in een king size strijkbout. Op Texel had ik twee rondjes gereden. “Door de bocht heenkijken” had men mij op het hart gedrukt. Met de helm op kon ik net mijn eigen wang zien. Iedere bocht een totale verrassing. Ook het bijna fysieke contact met de weg beviel me niet. Je kon net zo goed vier wieltjes in je reet schroeven en een draaiende motor in je schoot nemen. Natuurlijk vond Reet karten enorm rulen. “Lul niet zuurhoorn, karten ruleert bigtime.” Hij had me een keer meegenomen. Indoorkarten ergens midden in een weiland. Hij zat er goed bij Reet, hing lekker in de binnenbocht,  zag mij staan, zwaaide en werd tegelijkertijd met 110 kilometer per uur door een dronken boer in de flank gebeukt. Daar ging Reet, om zijn as tollend en nog steeds zwaaiend de strobalen in. Gekkenwerk was het. Reet speelde te veel gameboy. Werd je overmoedig van. 

Paintball vond Reet op een of andere manier ook wel rulen. Dat begreep ik uit zijn kledingkeuze toen ik hem  's ochtend aan zag komen wandelen. De kolere! Hier moest ik mee weg. Reet droeg een camouflagepak. Hij had voor de zekerheid 250 universele verfkogels op de kop getikt. De Kolonel kwam niet opdagen. Ik had niet anders verwacht. Hij was een nieuwsgierige kluizenaar maar dit ging zelfs hem te ver. Aan Reet had ik geen kind. “Ik ga rulen, Dijkstoeter, en hard ook. Ik ga je aanpakken Neushoorn, godverdomme wat ga ik jou omleggen. Poef, hahaa” sprong Reet om mij heen. Hij verheugde zich enorm op het  fusilleren. Er kwam een hoop opgekropte emotie los. “Kutschrijvertje, met je tweekoppig publiek, ik ga je  winterschilderen. Dijkshoorn gaat vanavond naar huis in de koeleuren bijvoegelijk naamwoord  bruin en cynisch geel.” Hij richtte nog eens een denkbeeldig geweer en blies rook weg. “Helaas lezertjes, voortaan geen columns meer van Doordevil. Over drie maanden mag hij weer voorzichtig naar buiten. Pang” 

Reets gekmakend enthousiasme werd enigszins getemperd bij de kassa. “Wat je bij je hebt, vragen ze.” “Universeel patroon Spider Navy, dijkslullie, zeg dat maar.” Wat ik al had verwacht had gebeurde. Totaalverbod op uitheemse patronen. Hier werd alleen maar met het huismerk geschoten en anders opzouten. Dat hakte er goed in bij Reet. Kwam zijn stemming niet ten goede. “Lach maar, columnist in de marge, ook met deze inferieure shitmunitie ga ik je onbarmhartig op dat piepkleine taalcentrum van je schieten. Ik knal in 1 keer die woordenschat van 30 woorden waar je al jaren mee woekert naar god.” Om mij heen hezen dikke mannetjes zich in een bruin regenpak. We luisterden hoe de veiligheidsbril moest worden bevestigd. “Voor mietjes, sissyboy”, fluisterde Reet vlak achter mij. “Ik paint natural en anders niet.” Ik luisterde nauwelijks naar de instructie hoe het geweer te laden. Ik had andere plannen. 

“Get on with it, instructor, godverdomme” riep Reet hard toen men uitgebreid ging uitleggen dat paintballen een spel was en dat zulks agressief gedrag in de normale maatschappij niet werd getolereerd. Kenden ze Reet niet. In zijn florerend animatiebedrijf stond hij er om bekend dat hij trage tekenaars van 5 centimeter afstand een Oost-Indische patroon in de nek schoot. Reet wist niet beter. Ik was vandaag met een paintballer avant la letre op stap. Normaal gesproken had ik geen schijn van kans tegen hem  met mijn vermoeide veertigers motoriek. Reet en ik, geld zat, hadden geopteerd voor de wat duurdere mogelijkheid om met zijn 2-en te vechten. We keken een manche vanuit het restaurant naar de 34 medewerkers van vriesdroogbedrijf Hagelmans. Niet om aan te zien. Bij bosjes gingen ze. Iedere meter die werd gekropen of gelopen werd beloond met 20 vlammende nekschoten dekkend blauw on de nek. De geringste beweging van wie dan ook zorgde voor een denderende troepenverplaatsing van firma Hagelmans en zn. Binnen 10 minuten was het hele bedrijf door zijn verf heen. Reet deed wat kniebuigingen en keek langs zijn loop. “Hé, kijk daar, een Dijkshoorntje, een ongeleed lid van de familie hopeloos achterhaald, pang, voor in mijn plakboek.” Reet had geen idee waar hij aan begon. 

Ik voelde nog eens in de broekzak onder mijn overall. Het verdovingspistool lag lekker zwaar op mijn heup. Ik had er de nodige moeite voor moeten doen maar het was het me meer dan waard geweest. In Oegstgeest, bij een gepensioneerd veearts had ik het uiteindelijk kunnen bemachtigen. Een klein maar effectief verdovingspistool met vijf injectiepatronen. Dijkshoorn ging op de Daktaritoer. Een jeugddroom en Reet ging die, zonder dat hij het wist, samen met mij verwezenlijken. De verkoper had  uitgelegd hoe zorgvuldig ik met deze materie om moest gaan. “Reken maar 5 cl per 200 kilo, dan zit je altijd goed. Om een koe te verdoven  gebruikte ik hoogstens 20 cl. Gingen ze neer als een baksteen.” Kijk, dat hoorde ik graag. Dit was dus de shit die je uit een rijdende open jeep achter in een galopperende rinoceros schoot. Hier ging ik een Reet mee vangen Voor de zekerheid had ik mijn patronen met 250 cc gevuld, genoeg om in een kleine gemeente de veestapel preventief  te ruimen. “Klaar, Doodevil, kan ik je hoorntjes er af schieten, rukker?” riep Reet. Ik was er meer dan klaar voor. 

Ik kende Reet wel in het struikgewas. Daar maakte ik mij geen zorgen over. We hadden een keer geprobeerd naar binnen te glippen bij een openlucht dance- experience in het Amsterdamse Bos en Reet was in het kreupelhout zo te keer gegaan dat de security hem boven DJ Tiësto uit aan had horen komen. Een snuivende egel van 1,80. Ook nu hoorde ik Reet, nadat we in de hal waren losgelaten, zich moeizaam voortbewegen. Hij onderschatte me. Ik ging in de roestige auto zitten die als decorstuk midden in de hal was neergezet en zag direct waar Reet liep. Struikjes weken uiteen en twee keer hoorde ik zelfs binnensmonds gevloek. “Fok it, tyfus, Dijkshoorn, waar zit je, lijertje.” Dat zou hij snel merken. Ik berekende dat hij zich over een minuut of twee los zou maken uit de bosrand. Op mijn gemak laadde ik het verlammingsgeweer. Ik had zelfs de tijd om nog eens naar het plaatje te kijken op het patroon. Leuk getekend, die vallende olifant. Ik schoof het hulsje in de loop. Dr. Dijkshoorn was er klaar voor. Daar kwam Reet al aan. Hij zocht mij, maar niet op de goede plek. Ik legde aan. Ik wachtte even tot ik hem lopend kon treffen. Ha, mooi, hij zag iets op de grond liggen. Daar ging hij. Ik haalde de trekker over en bijna tegelijkertijd zag ik Reet zwaar naar de grond gaan. 

Het zag er koddig uit. Het ene moment liep daar nog een enthousiaste potige weblogger en het andere moment leek het alsof er iemand met een ferme ruk zijn ruggengraat uit zijn kont trok. Ik liep naar hem toe en laadde opnieuw. Voor de zekerheid, als hij toch nog iets kon bewegen. Zijn hoofd deed het nog prima hoorde ik.  “Dijkshond, wat is dit voor gefuck”. Zijn lichaam was goed verdoofd. Zijn blaas, daar zat weinig spanning meer op zo te zien. Ik pakte het reguliere verfgeweertje en ging op mijn hurken vlak voor Reets bewegende hoofd zitten. “Nico, je schrijft prachtige columns die de essentie van het volle leven kernachtig weergeven” zei ik. “Nu jij Reet”.  “Kut op Dijksdrol. Te lang hoor je, bladzijden te lang die woordenkak van jou, gek. Kom een to the pointe debiel, neem een voorbeeld aan van Jole!” Reet zag er grappig uit. Een heel woest pratende immense zuidvrucht . Een aubergine met pratend hoofd. “Nico, je schrijft prachtige columns...” “Mijn ass Dijkshoorn, de neten voor je, hoor je.” “Zeg Reet, ik vroeg me af, heb jij al gaatjes in je oren. Zal ik ze eens pijnloos voor je schieten.” vroeg ik hem. Ik haalde mijn verdovingsluger tevoorschijn en maakte aanstalten om Reets lelletje en daarmee waarschijnlijk ook een groot gedeelte van zijn hoofd te verdoven. “We zeggen thuis wel dat je een verkeerd mosseltje hebt gegeten” zei ik en pakte zijn lel. “Je schrijft leuk, Dijk, leuk om te lachen.” zei Reet zachtjes.  “Nog met die essentie, en harder” zei ik. “Ook de essentie, die heb je vaak te pakken.” “Bedankt vriend zei ik en schoot hem een patroon rode verf op zijn wang. Aan zijn benen sleepte ik hem nu naar de uitgang. “Opgepast, opgepast, acute verlamming. Mijnheer Reet is allergisch voor verf op waterbasis. Opzij dan toch ongelukkigen!” 

Heb hem thuis in zijn portiek gelegd met een briefje op de buik. Zijn vingers kon hij weer heel voorzichtig bewegen. Snel naar huis gegaan en dit geschreven. Puur de essentie. Ik kan niet anders. Afstand nemen van Reet en consorten dat is nu belangrijk. 

Doordevil






Doordevil, the man without taste!

Dijkshoorn in het Veronica Forum

Rudeboy wordt intiem
retecool, duidelijkheid kent geen tijd