
|

Bij Reet Thuis
(09/08/2001)
(lees ook deel 2 van Rudeboy Intiem - hier)
Wat
vooraf ging:
(De
Kolonel keek op Reet neer en zei: “kom Reet, we gaan thuis bij je op de
koffie.” Reet
vond alles goed...)
Reets huis Hij lulde er vaak over. Peperduur origineel jaren vijftig behang
had hij via die en die niet verder vertellen mondje dicht op de muur laten
plakken. Het rulede enorm. Ook slapen in een half doorgezaagde Mustang wende
snel. Zijn loungekuil had hij inmiddels alweer volgegooid met Afghaanse poefjes
en Mexicaanse kitsch. Met je vriendin heel hard lachen om accordeonmuziek, dat
was het momenteel. “Hisjarosssss Hil Horassson, een betere muzikant bestaat er
niet, Dijksneus” stond hij de hele dag fonetisch in mijn oor te blazen. Reet
lachte ook hard om Nespressomachines. Reet liet zich er op voorstaan dat hij
Zuid-Braziliaanse koffiebonen eigenhandig door een vijzel heen drukte. Het was
een griezelige afwijking van Reet zijn, queeste naar de ultieme espressomelange.
Op zijn roadster doorkruiste hij het hele land. Uiteindelijk had een
aangetrouwde neef van één van Blue Diamonds hem getipt. Bij Saweli Boekatoe,
een Indonesische boer in Friesland kon je de ultieme boon scoren. En die had hij
dan binnen een paar uur dan gewoon in huis.
Kortom, Reets huis daar
kon je een lijst omheen doen en je had een stilleven van Hip en Modern
Volgens Nu. Maar niemand was ooit bij hem binnengeweest. Daar gingen we eens
verandering in brengen. Reet was meer dan rijp voor visite. In zichzelf gekeerd
hoorde wij hem neuriën op de achterbank van de Reetmobiel die voor deze
speciale gelegenheid werd bestuurd door de Kolonel. Er zat iets flink los in
Reet zijn hoofd. De Kolonel zette Reet wel meer voor zijn huis af. “Bakje
espresso, audiobelevinkje en dan mijn bed in, heerlijk, later!” Een bastion
was het, zijn woning.
“Ga jij maar voor Reet, jij
kent de weg.” We bestegen drie trappen en telden twee gelijmde puzzels van De
Visser Met Pijp. Reet ontsloot zijn buitendeur. Heugaveld was de eerste
overweldigende sensatie. Reet had harige tegels in zijn huis liggen. Kamerbreed.
Groen. In de hoek van de gang zag ik een stapeltje reservetegels liggen voor
jusvlekjes. Dit kon nog een knipoog naar de jaren 70 zijn. Het hertengewei als
kapstok leek dit te bevestigen. Het was hopelijk gewoon de nieuwe lulligheid die
de Kolonel en ik in al zijn finesses niet begrepen. Dit paste dit helemaal in
het sfeertje dat je alle kerstplaten van James Last opeens helemaal te gek moest
vinden. Verwarrende tijden waren het. Lee Towers had er 25 jaar op moeten
wachten, maar die liep toch opeens met een kek kapsel en montuurtje in de
rondte. Neuken met je sokken aan en wat onderwaterorgelmuziek opzetten en
klaarkomen op een buik, het was weer helemaal terug. Reet zette deze revival wel
griezelig perfect neer. Als dit de bedoeling was, petje af.
Zijn huiskamer. Dit moest dan
de veelgeroemde leefkuil zijn, voorzien van alle technische gemakken. Als een
moderne Elvis had ik hem mij vaak voorgesteld, kijkend naar 17 beeldschermen
tegelijk, ondertussen vloekend en tierend. Reet de man van Retecool die op zulks
een ludieke en messcherpe wijze de vinger aan de pols hield van de nieuwe media
woonde in een decor van een sociaal NCRV drama.
“Leuke lamp” zei de Kolonel. “Past goed bij de vloer.” Ik keek
nog eens rond. Reets woning was van een verpletterende gewoonheid. Hier voelde
driekwart van de wereldbevolking zicht direct thuis. Fusion interieur maar dan
onbedoeld. Ik zag kurken onderzettertjes. Een half varkentje waar
cocktailprikkers uitstaken. Op een hoektafeltje draaide een lavalamp stationair
zijn oervervelende belletjes Mooi Zonder Nut. Reet had een goofy telefoon.
“Weet je wat ik doe”, zei de Kolonel, die bloed rook, “ik zet een plaatje
op!!! Goed reet? Een muziekje uit je meer dan brede collectie.” Er volgde geen
antwoord. Reet stond in de hoek van zijn kamer te huilen. “Wat doen jullie
hier, bleef hij maar herhalen. Wat doen jullie hier?”
“Op visite, we zijn op
visite, wat dacht je anders Conny van der Bosch” “Hoe komen jullie
godverdomme binnen” vroeg Reet. “Met geweld jongen. De Kolonel en ik hebben
ouderwets met de schouder tegen de
deur aan staan beuken. Hele handel uit zijn hengseltjes maar... hier zijn we!
“Ik wilde net een plaatje opzetten” zei de Kolonel. “Bezwaar Reet, nu je
je opeens weer kan herinneren hoe je heet. En dat rijmt niet. Eindrijm suckt
bigtime. Gisteren bekend gemaakt door de splinter poëziebeweging Zwalg.
Is al reeds gelogd!”
“Kan er een deur dicht, het
tocht” zei Reet. Ha, daar was hij weer, de scherpe ruler die evenzogoed in de
woning bleek te leven van de helaas te jong gestorven Frans van Dunschoten. Reet
rulede nog steeds behoorlijk heftig als hij geen tijdelijke hersenbeschadiging
had. Op 1 of andere manier maakte deze door Jose Feliciano en Stevie Wonder
ingerichte kamer hem alleen maar sympathieker. Het maakte hem kwetsbaar. Reet
leek zich er nu ook iets prettiger bij te voelen, bij de ontmaskering. Hij zag
dat ik hem accepteerde zoals hij was, gordijntjes met overtrek of niet.
De Kolonel was een ander
verhaal. Die vierde vilein de teloorgang . “Muziek, vrienden! Wij laten het
woord het woord en verpozen ons met muziek met allemaal nootjes in de juiste
volgorde dus mooi. Reet, zet eens wat op.” Reets gehele collectie bleek in
zijn 4 cd-wisselaar te zitten. Alsof je in een supermarkt werkte zo wee en zo
repeterend kabbelden de stukken bagger door de kamer. “Ha, leuk, Kayak, lang
niet gehoord. Goed moogwerk' voorzag
de kolonel Reets muziek van commentaar. Hij schiep er een duivels genoegen in om
de potpourri die Reet zijn machine afscheidde te becommentariëren.
“Ach nee toch, Phill Collins, toen hij nog haar aan de zijkant van zijn
hoofd had. Mooi geproduceerd, zo hoor ik het graag. Luister, hij zingt samen met
de levende hondenfluit van Aarde Wind en Vuur, Philip Bailey! Oe, check dit,
Phill die wil soulrocken, een uniek document.” Net als de Kolonel wenste ik
Phill Collins al jaren lang hartgrondig dood. Meneer Gewoon deed mij het bloed
koken. Maar om De Kolonel dwars te zitten tikte ik met mijn voet het ritme van
“easy lover” mee. “Pittig ritme. Verminderd kwintje in de baslijn, je moet
er maar opkomen” zei ik. Reet en ik luisterden daarna zwijgend verder en
lieten de avond nog eens aan ons geestesoog voorbijtrekken. Correlatie voor je
eige ik. Het had zelfs wel iets aangenaams, de onderbrekingen van de Kolonel.
“Dacht ik het niet! De 2e single van de Dolly Dots. Hoor dan, de 3000e
jubileumsolo van Lex Bolderdijk. Jezus Reet, hoe heb je het allemaal bij elkaar
gecompileerd. Een meesterlijke verzameling.”
“Aaaaah,
neee, The Walker Brothers met “No Regrets”, wat enig.” Gilde de Kolonel.
Nu was ik alert. Geen kwaad woord over The Walker Brothers. De soloplaten van
Scott Walker koesterde ik. Walker zingt Brel, daar gingen we nu eens niet leuk
over doen, er waren grenzen. “No Regrets” was een meesterwerk. Op je kanis
kon je hem krijgen als je daar leuk over ging doen. “Hoor, live opgenomen
tijdens de Iwan Rebrof conferentie, prachtig. Zo laag zingen en dan toch zo
kwetsbaar zijn, het is niet velen gegeven, wat jou, Dijk”
“Vind je het niks, JB? “Als je van zoemende putdeksels houdt heeft
dit wel iets.” Hij zong nu mee, met een kopstemmetje. “No regrets, i don't
want you back.” Ook de violen zong hij. Ik kon twee dingen doen. Hem ongenadig
in elkaar roeien was een heel aantrekkelijke optie. Ik koos voor de andere
oplossing. “Wij gaan paintballen. We hebben het nodig. Ik voel verwijdering,
types. Morgenochtend 11 uur bij Painthell To Paradise. Ik trok mijn jas van het
gewei en vertrok. “En Kolonel. Stop eens met loggen, het wordt vervelend”
riep ik in het trappengat. De rest is geschiedenis.
(wordt vervolgd)
Doordevil
|

|