Doordevil, the man without taste!



Doordevil, the man without taste!

Doordevil leeft mee





Filmfestival Rotterdam

Filmfestival Rotterdam in retrospectief (09/02/2002 )

Ben ik weer. Bijna twee weken lang het land door geweest met de minimalistische Kongolees  Wahoki Mabete die een documentaire film maakt over de teloorgang van de suikerfabrieken in Nederland. Een ontzettend integere man, deze vriendelijke reus uit Kabetoe, derde straat links, steeds maar rechtdoor en dan aankloppen bij een willekeurige neger en zeggen “soeker, soeker, dutch soeker”. 

Ik ontmoette hem tijdens de slotdag van het filmfestival. Ik was niet op mijn best. Ik zag veel en begreep van 90% geen hollemans. De Grootmongoolse filmer Karel Duikhoeve (Hoi Mawi Bai) moest ik interviewen. Waarom hij een film van zestien uur had gemaakt slechts bestaand uit een lang ongemonteerd overshouldershot van een pisbak. Wist hij zelf ook niet. Hij zat na te denken over een onderwerp, moest zeiken, was staand met zijn hoofd tegen de tegeltjeswand van het toilet in slaap gevallen en later bleek de camera aan te hebben gestaan. 

Steeds agressiever was  ik geworden van als die minder dan kutfilms. Snakken naar de kop van Tom Cruise, dan wist ik wel hoe ver het was. Ik trok het niet meer, die onafgebroken stroom schreeuwende en huilende Aziaten die aan mij voorbij trok. Met een vers delirium naar de afhaalchinees, dat is Filmfestival Rotterdam. 

Tot ik Wahoki tegenkwam. Of hij mijn suikerzakje mocht hebben. ‘NEE, FILMER, OPGELAZERD NAAR KUIFJE IN KONGOLAND. GAAT U DAAR U MEESTERWERKJES MAAR OP EEN WITGESCHILDERDE ACHTERKANT VAN EEN ALUMINIUM LOODS VERTONEN MAAR NIET HIER!!!” 
Veel Japannertjes had ik succesvol afgebluft met deze methode. Wahoki deed het niets
 

 ‘Suikerzakje?” 

Dat had ik weer! Zat ik mij hier, tegen mijn zin, te verrijken, had ik een suikerzakjesverzamelend negermens naast me zitten. “Nou, hier dan, en dan opgeflikkerd. Ga maar filmen wat er in zit en noem het “inside al little white sacket” 

Maar hij ging niet weg. Hele verhalen tegen me over de historische relevantie van suikerwerkfabrieken in Nederland. Ik raakte gefascineerd. Zo had ik het nooit bekeken. Ik kende de suikerwerkfabriek alleen via Gerard Reve, die ooit beschreef hoe Zwartmannen een speciaal kruid in onze suiker mengen waardoor de Blankman impotent wordt opdat zij onze roomblanke dochters kunnen penetreren. 

Maar dit was weer een heel ander gezichtspunt. Wij moesten trots zijn op onze suikerbolwerken, dat wilde Wahoki duidelijk maken met zijn film. Nu ja, van het een het ander en twee weken met die pik op stap geweest. Overal prettig ontvangen.  Stevig naar de hoeren geweest met hem. Aan het gegil naast mij te horen was het waar wat ze zeggen. Sprak een van de hoeren later nog, voor wat research en het mooie was dat ze, terwijl ze niet wist dat hij een filmer was, zei dat Makobe “hete stralen vloeibaar suiker in haar schoot had geplengd”

Ik heb hem net op het vliegtuig gezet, die oude rammer. Vanavond nog wat korte filmverslagen van Suzanne van Raat.

28/01/2002
We zouden dus naar die Tibetaanse Snuffmovie gaan in Rotterdam maar ik denk vanmiddag, wat kan mij het lazeren, ik wip nog even De Kut binnen. Nou ja, van het een kwam het ander, hele haardkoor zat daar zo’n beetje te vergaderen. Ik zeg, rondje Kut Speciaal voor mij. Daarna ben ik een heel stuk kwijt. Hoop niet dat De Kut nu een verkeerd publiek gaat trekken. Reet, zoals u ziet stamgast, heeft een enorme aantrekkingskracht op het segment jong en hip met veel broek. 

Zag trouwens dat ze nu ook een Kleine Klitkaart voeren. Grand Dessert of gewoon Kut met Peren, voor elk wat wils. Maar van film dus weinig gekomen. Morgen beter.

27/01/2002
Excuses. Een maand lang zitten zuipen in café De Kut. Nu moet er weer worden gewerkt. Mijzelf maar meteen de allerergste opdracht gesteld. Verslag doen van het Filmfestival Rotterdam. Een week lang kijken naar Armeense schapenneukers die een documentaire speelfilm hebben gemaakt over het rollen van tabaksbladeren, een gefingeerd docudrama over de teloorgang van de Zachte Kutspreeuw in Scandinavië en natuurlijk een de hele trits Japanse meesterwerkjes. Ik keek er naar uit. 

Ik ging mij eens onderdompelen in die broodjes beenham met een filmpje er bij sfeer. Vlak voor mijn vertrek gisterenavond zag ik eerst nog een stukje  interview met Maxima en Willem Alexander in het jeugdjournaal. Leuk. Je hoorde weer eens andere dingen. Maxima is gek op dansen en kontneuken. Daar keken mijn kinderen van op. Wat dat was, dansen. Leg dat maar eens uit. ‘Die Willem gaat dan staan en doet van jaaa, hoppekee, met zijn armen en dan gaat Maxima ritmisch schudden met haar lijfje”. 

Maar pappa moest weg! Ik had voor de zondagavond een “kleine Koreaans/Japanse film” van Sakoto Josima en Dirk Berg uitgekozen. Zes minuten duurde het meesterwerk en er was 13 jaar aan gewerkt. “Kabati” luidde de titel. Het betrof hier een voorvertoning van de ruwe montage. Films uitleggen kan ik niet dus hier een verslag van Suzanne van Raat, een vriendin van mijn dochter. Het telt mee voor haar tentamen. 

“Nou, ok, die ene man zegt aan het begin, “wat doe je nou” maar die ene vrouw weet dus dan niet dat die andere het op haar gemunt heeft met alle gevolgen van dien, maar, zei Oom Nico, daar heb je als kijker geen weet van. Nou die vrouw ligt steeds in een hoek maar af en toe beweegt ze en dat irriteert die kleine schele Koreaan enorm, waarop hij zegt: “STIIIILLL!!!!”, maar dan in het Koreaans, dat vond ik qua continuïteit wel goed gedaan. Nou, matten en rammen in die typische montage van Dirk Berg, met extreme close ups van de anus, maar dan van binnenuit en dan staat opeens iedereen weer buiten, in een rij, dat begreep ik verder niet zo, maar Nico zegt nu dat Japanners graag in een rij staan. Daar maken westerse journalisten weer een foto van en zetten er onder : Japanners in de rij. Iedereen tevreden. Nou, toen had je wat mise-en-scène maar niet dat je zei, wauw, het hield niet over. Ik heb zelf betere mise-en-scène gezien maar wie ben ik. Toen kreeg je dat beroemde dixielandshot, met die piano zonder zwarte toetsen, waar ze drie jaar aan hebben gewerkt , maar het gekke is dat je dat niet merkt. Toen iets met een man een vrouw en een hagedis en toen was het afgelopen.” 

Tot zover Suzanne, die de rest van de week korte filmverslagen op deze site zal schrijven. 

Ik na de voorstelling woedend naar die Japanner toe. Want dat is het goede van Rotterdam, al die kleine kolerelijders zitten in de foyer op je te wachten. Interactie met het publiek, weetjewel. Ik zie hem zitten en ik er op af. “Ben jij Sakoto Josima? Hij zegt “ja” en ik gééf hem een kopstoot. Ja, nee, dan heb je aan mij een hele slechte. Ik zeg: “ouwe pik, gaan we volgende keer weer gewoon foto’s zitten ontwikkelen in een pasfotohokje MAAR NIET ONS LASTIGVALLEN, HÈ MET DIE KUTFILMS VAN JE, WEGWEZEN NOU!!!.  Nou, dat begreep hij wel. Ik zeg, klim op mijn rug, gaan we nog even naar De Kut. Zo gezegd zo gedaan en nu ligt hij hier vlak voor me op de grond de beroemde Kleine Filmer. Losertje. Mag een nachtje hier slapen maar dan opzouten. 

Morgen doet Suzanne verslag van de Tibetaanse snuffmovie “Hello, Hello? ” en ik sprak de Roemeense filmer Slovanic Bortomitz, waarom hij in godsnaam van die tyfusfilms maakt. Tot morgen. 

Doordevil

Roel en Roel heersen met een grote H 

Nu ook: De Verzamelde Kritieken 






Doordevil, the man without taste!

Dijkshoorn in het Veronica Forum

Rudeboy wordt intiem
retecool, duidelijkheid kent geen tijd