
|

Het Atelier
(05/08/2001)
lees ook deel 2 van Rudeboy Intiem - hier
Wat
vooraf ging:
(Daar ging Reet alweer. Buiten zwaaide hij
naar ons vlak voordat hij werd gegrepen door een motor. Drie maal om zijn as
telden wij en toen, plof, op het asfalt. Daar lag Reet. “Even uiteten”
mompelde JB.)
Nee,zo waren we niet getrouwd! Reet mocht mij met deze makreelkamikaze dan wel
in een belachelijke situatie hebben gemanoeuvreerd,het bleef een mens van vlees
en bloed die mijn hulp zo te zien meer dan nodig had. Ik keek naar hem. 1 ding
was zeker, dit rulede voor geen meter, met slijm over je kin en de hand op het
trottoir liedjes van Abba zingen. Want dat deed Reet. Mijnheer Retecool was, nu
hij weerloos aan het asfalt lag gekleefd, niet de ultrahippe boywonder van
Rotterdam die via een lucifergrootte walkman
naar de nieuwste mp3 van Yonderboi, de geniale Roemeense slagerzoon luisterde,
maar hij bleek het gehele repertoire van Abba uit zijn hoofd te kennen. Hij ging
iets verliggen, waarschijnlijk om Dancing Queen goed vanuit het middenrif
te kunnen schreeuwen. Het werd pijnlijk. Ieder moment kon er één van
Reets kunstzinnige vrienden langskomen. Dat zou hem zeker zijn plaats in het
atelier gaan kosten. Of Reet daar verdrietig om moest zijn, dat was natuurlijk
een andere zaak.
Het
Atelier. Drie keer was ik er geweest en alle drie de keren had ik thuis
hartgrondig mijn maag geleegd, Het greep je bij je strot de Rotterdamse
kunstsfeer. Reet had mij enthousiast geïntroduceerd in deze kringen. “Dit is
Dijkshoorn, hij schrijft.” Dat was al geen lekkere binnenkomer. “Wat
schrijft u, ontheemde” waren de eerste woorden die de Kolonel tot mij richtte.
“Dingen die u denkt? U schrijft toch geen dingen die u denkt, zeg op,
voortvluchtige?” Het Kuifje complex, een duidelijk geval. Je uitdrukken als
professor Zonnebloem, hoeveel mensen zouden er in de rondte lopen die dit het
toppunt van leuk vonden? Op de vraag: “wil jij nog brood?” zeggen: “neen,
aanstonds vertrekt mijn trein, ongelukkige.” Die lol. Ik besloot mijn
introductie in deze scène eens flink luister bij te zetten. Als ze Haddock
wilden konden ze hem krijgen. Ik greep de Kolonel bij de schouders en schreeuwde
vlak voor zijn gezicht: “Nee maar, schuimende zeemeeuwen nog aan toe,
blikskaters, duizend weblogs en fanaten nog aan toe, hoe gaat het met u, amice,
vertel op!!” Dat was even slikken. Eens kijken wie dit het langst volhield.
“Kalm aan mijn beste, ik begrijp uw innerlijke onrust bij het aanschouwen van
zulks een inspirerend gezelschap als het onze, maar mag ik u er op wijzen dat er
hier essentiële kunstwerken worden geschapen. Getemperd stemgeluid zou op zijn
plaats zijn, mijn waarde” counterde de Kolonel. Ik gooide er nog een schepje
bovenop. Stripheld Lambiek nu maar eens, waarom niet. “Woeoeeaaaa, ik hoor
iemand praten of is het mijn maag. Wacht ik vraag het! Is daar iemand? Haaaaaa,
Geen antwoord, kom kinderen, de kust is veilig”
“Loop
maar mee schrijver Dijkshoorn, legde de Kolonel zich bij mijn overwinning neer.
Met
tegenzin maakte ik een rondje atelier. We gingen eerst naar de werkruimte van
het Sophisticated Beest. Die kende ik wel. Oeuvre doordrenkt van dood verderf en
vulva's. Thematische waanzin in zijn ergste vorm. Weinig mensen kenden het
Beest. Zijn minuscule werkjes circuleerden in een circuit van ingewijden waar
Reet er blijkbaar één van was. In Grand Café Stijlloos had hij mij een
kunstwerk ter grootte van een viltje laten zien waarop een ruimbevleesde kut
figureerde. Knap gemaakt. Het mutswerk leek naar je toe te komen. “Van het
Sophisticated Beest”, fluisterde Reet. “Doe
hem de hartelijke groeten en zeg maar dat ik hem de mooiste kuttenschilder van
Rotterdam vind”. Nu stond ik voor zijn deur en kon ik het hem zelf zeggen. In
een ingewikkeld ritme werd er op zijn deur geklopt. Morse voor gevorderden.
Binnen hoorden we een schreeuw.. Een hoop gestommel volgde. Er viel iets om,
brekend glaswerk, minutenlang geraas en toen opeens stilte. “Hij doet zijn
haar goed”, merkte ik op. “Wacht maar af, schrijver, het Beest is meer dan
jij aan kan” zei de Kolonel. Nu hoorden we binnen een daverende explosie.
“Zijn alarmpistool”, zei Reet. “We kunnen naar binnen.” De Kolonel ging
ons voor. Ik merkte dat Reet niet stond te dringen. Daar gingen we eens wat
verandering in brengen. Ik betrad snelwandelend het kunstrovershol. Dit
varkentje werd terdege gewassen. Ik hing mijn jas op aan de kittelaar van een
monumentale loden kut en stevig op tempo ging ik op zoek naar het Beest. Deze
had zich teruggetrokken in een vertrek dat, zo las ik bij het betreden, Uterus
Orgasmus heette. Dezelfde kleinburgerlijkheid als 2e huisjesbezitters die hun
moeizaam verworven houten buitenhut De Specht noemen. In deze
omgeving moest dat dan weer heel arty zijn. Mijn ass!
Ha,
daar zat hij, het Beest. Verwilderde kop met rood haar. Mijnheer was gewend dat
hij schichtig werd benaderd. Hij kon eens iets aan het scheppen zijn. Ik omarmde
hem. Even lichamelijk contact maken. Ik drukte hem goed aan mijn borst, de
vulvakneder. “Kom eens hier, oude reus. Dijkshoorn is de naam.” Ik kroelde
met mijn handen door zijn haar. Deed
ik ook wel bij het loket van het gemeentehuis. Even socializen. Flink met mijn
knuisten door geföhnd haar. “Bedankt voor mijn rijbewijs, loketvrouw.”
Werkte altijd. Ook nu meende ik een verandering te voelen. Ik pakte hem bij de
wangen. “Lekker scheppen hè, pik, is me dat fijn of niet. Eens kijken wat je
allemaal voor ons hebt gemaakt.” Ik nam bezit van zijn atelier. Daar trapten
we nu eens niet in, in de mystificatie van de gedreven kunstenaar. Niet
fluisterend langs zijn werk trekken. “Wat is dit, de kut van je moeder”
schreeuwde ik. Ik stond voor een metershoog doek. Het Beest zat in zijn Blauwe
Expansiefase zo te zien. Zeventig uitbundige kutten op 12 meter canvas, hij
draaide er zijn hand niet voor om.
“Goed vogel! Koning Kut de Eerste, jij kan wat man! Godverdomme wat een power.
Alsof ik er met mijn tampeloeris tegen aanhang. Net echt man.” Het
Sophisticated Beest had nog steeds geen woord gesproken. “Mooi licht heb je
hier, ouwe. Strijklicht hè, boef, kom eens hier, rammer, jij hebt er kijk op
hoor.” Weer wilde ik hem in mijn armen sluiten maar het Beest deed snel een
stap achteruit. Dat ging de goede kant op. Met stomheid geslagen, dat zag ik
graag. “Dijkshoorn is een beetje
in de war, Beest. Hij is alleen
Jeff Koons gewend. Hij trekt zich af op Jeff Koons zijn lul in een Italiaanse
aars. Je kent het type wel” meldde de Kolonel. “De één trekt de ander
schildert” zei ik. “Zeg Beest, kwast jij nog wat door boy, dan kijk ik even
verder bij de andere artistieke types. De ballen, Roodbaard.”
Daar
gingen we, op naar de volgende kunstenaar. Dijkshoorn deed een rondje dierentuin
voor artistieken. De schrik zat er goed in, temeer omdat we naar het atelier van
De Verstilde Neger liepen. Ook zogenaamd een legende. Rotterdams eerste
schilderende zwarte. Hij werd op handen gedragen. Timide jongen die prevelend en
lispelend zijn werk schiep. Industrieel Fruit was zijn thema. Mango's met een
schuifdak. Puurheid aangetast door Westers Materialisme, dat ademde zijn werk
volgens Het Rotterdams Dagblad uit. Naar binnen maar. “Jah Rastafari
Immer Faitfull Immer Love, Haile Selassi The First, Greeetings, Rastafarrii”
begroette ik hem. “Hoe is ie, oude fruitschilder. Ben je kiwi's voor
gevorderden aan het maken? Laat eens zien.” Ik nam naast hem plaats achter de
ezel. Hij wilde me mompelend en wijzend iets uitleggen maar ik lulde voor de
zekerheid maar dwars door hem heen. “Harder praten, neger, hier versta ik geen
ruk van.” Daar ging hij weer, nu iets luider. “Kut Neger, jaaaaaaaa, jij
hebt een hoop fruit in je, lijertje” schreeuwde ik. “En het moet er allemaal
uit, dat zie ik, heb ik gelijk of niet Vincent van Banaan. Drie stuks fruit per
dag, Schildermans. Voor minder doen we het niet, toch? Aangenaam, ik ben
Dijkshoorn, live actionpainter, ga eens opzij, Victor Fruitmand.”
Het
maakte de nodige indruk, mijn geïmproviseerde demonstratie. Snel kleedde ik me
uit, legde zijn onvoltooide doek op de grond, doopte mijn uitbundige
retroschaambeharing in alle beschikbare verf en tamponneerde in razend tempo het
canvas vol met mijn nog te patenteren staalborstelmotief. Thuis had ik zo de
gehele buitenmuur van ons huis geverfd. Bijna had ik nog in een aflevering van “Eigen
Huis en Tuin” gezeten, in het blokje Leuke Nieuwe Technieken maar mijn
pulserende aars die zich tijdens het schaamverven vriendelijk knipogend naar het
trospubliek opende en sloot was op de montagetafel gesneuveld. Klussend
Nederland was nog niet klaar voor het tampeloeren.Ik maakte er nu, in het
atelier, voor de vorm, wat water en vuurbewegingen bij en simuleerde een cumshot ter
signering. “Let op, Verstilde Neger, de kwast is uit. Kwetsbaar schilderen met
wat het lichaam aan materiaal voortbrengt, dat ruled tegenwoordig. Met een kwast
schilderen dat is meer iets uit de tijd van de ruilhandel, pik. Jij mij
schilderij ik spiegeltje jij van mij iedereen blij. Waar kan ik hier strak
afdouchen?” “Dijk, gaan we een saunaatje pakken” stelden Reet en de
Kolonel voor. Ze wilden me hier weg hebben. Zo snel mogelijk.
Saunaatje
pikken! Een groots idee! Waar gaan we ? De Viking of Total Body Awareness? De
Viking was onlangs nog in het nieuws geweest. De eerste sauna met een
fistfuckdompelbad. Was men in deze branche net een beetje van het mannen met
snorren en leren petten image af, kreeg je dit. Zag je direct weer 120 Freddy
Mercurys met nertsmanteltjes mint-water op kooltjes staan gieten. De Viking werd
het. Reet en de Kolonel wilden het wel eens uitchecken.
(wordt vervolgd)
Doordevil
|

|