|
Luuk Koelman en Nico Dijkshoorn: Roel en Roel.
dagelijks vers: eikel
en eikel
Harry
Potter
Tot nu toe was de
kinderliteratuur lekker overzichtelijk. Ieder jaar een fijn nieuw boek van Carry
Slee, die er uitziet zoals je haar naam uitspreekt. Spanning in huis. Zal de
omslag weer van een adembenemende lelijkheid zijn? Waar zal het dit keer over
gaan? Over een jongen met een oogziekte die ontdekt dat zijn homoseksuele vader
geld steelt uit de beurs van zijn aan MS lijdende half moeder of gewoon een keer
lekker ontspannen, dus over vrouwen die door hun man naar god worden geslagen?
Wint Slee ieder jaar een prijsje mee, met een probleemboek. Is nu bezig met haar
Grote Necrofilie Omnibus, over een jongen die op het strand van Terschelling
vers aangespoelde vluchtelingen op een wel heel bijzondere manier verwelkomt.
“Bil de Strandkutter” is de werktittel.
Was nog te behappen. Slee heeft
een vertrouwenwekkend schrijfsteruiterlijk. Annie MG Schmidt met anorexia.
Lekker gek brilletje want mevrouw is creatief. Lezen over een invalide en dan
was je er weer een jaar vanaf. Tot die Potter begon te fucken.
Harry Potter doet namelijk
allemaal dingen die niet kunnen en daar heb ik al een kolerehekel aan. Ik vind,
als je klein bent en een zwarte bril op je hoofd hebt dan ga je op stijldansen,
lacht men je uit en pleeg je zelfmoord. En dan schrijft Slee er een boek over.
Het eind is zoek als dit soort jongens avonturen in een kasteel gaan beleven.
De hel van de fantasie. Een
brood laten opstijgen, een bezempje laten zweven en daar dan 12 vuistdikke
romans omheen schrijven. Ophouden nu! Het zal allemaal wel fantastisch zijn maar
Dijkshoorn heeft er even genoeg van. Die bebrilde domme kostschoolkop hangt in
ieder etalage. Ik kan godverdomme geen vier stappen zetten of die kloot met zijn
kutbril zit naar me te koekeloeren. Dat gedweep van volwassen met de Potter
boeken vind ik ook stuitend. Met 120 man voor kinderboekenwinkel De Kale
Schaamheuvel gaan staan wachten op het nieuwste deel, met een zwarte punthoed
op je Hollandse polderkop, dat soort gezelligheid. Ik besloot dit weekend over
te gaan tot actie. Guerrilla-actie Potter.
Verwarring zaaien in het kamp
van tegenstander, daar ging het nu om. Precisiebombardementje van Dijkshoorn,
het was hard nodig. Ik keek in de krant. Ha, dat trof. In de plaatselijke
Bijenkorf was ’s middags een Harry Potter feest. Een van de honderden in het
land. Boek was vijf gulden goedkoper als je verkleed kwam. Daar kon ik wel iets
mee.
Twee uur later vervoegde ik mij
in een uilenpak bij de ingang van de Bijenkorf. Keek niemand van op. Men is
inmiddels gewend dat op ieder winkelcentrum een werkstudent verkleed als
mascotte door de winkelstraatjes banjert. Om zo naturel mogelijk over te komen
dook ik af en toe bij iemand op zijn rug, simuleerde ik het uitbraken van een
uilenbal vlak naast een broodjeswinkel en sloeg ik iedere voorbijganger
vriendelijk met mijn vleugel boven op het hoofd. Typische uilendingetjes deed
ik. Ik raakte in een roes. Laat ik daar eerlijk in zijn. Het publiek genoot en
ik was verkocht. Hopla, daar ging ik, achter een denkbeeldig muisje aan hollend,
dwars door een Hotdog kraam heen. Ik keek zittend tussen de zuurkool verbaasd om
mij heen net zoals een uil dat ongeveer zou doen. Had ik onder de knie. Nu op
naar het Potter feest!
Op tientallen meters afstand
zag ik dat ik er verstandig aan had gedaan om juist deze bijeenkomst uit te
zoeken. De sociale bovenlaag van de Potterfans was hier op afgekomen.
Bruinverbrande zonnebankkoppen met een cape om stonden in de rij voor een
goedkoop exemplaar. Ik besloot een glorieuze entree te maken. Was het halve
werk. Ik schudde mijn vleugels wat op, schroefde de uilenkop nog eens stevig
vast en daar stormde ik op volle snelheid, woest fladderend, de afdeling
eigentijds servies binnen. Sommige stellingen gaven niet makkelijk mee. Het
uilenpak zat wat in de weg. Klapwiekend werkte ik me door de espressokopjes
heen. Ik verloor mijn evenwicht. Hopla, keihard met mijn kop tegen de Alessi
vitrine. Om mij heen ontstond paniek. Vloekend stond ik op en werkte me kordaat
door de parfumerie.
“Zwerkbal, zwerkbal, kom we
spelen een potje zwerkbal” riep ik nu heel hard. De boekenafdeling zag ik
recht voor mij, aan de andere kant
van de winkel. Daar gingen we lekker op zijn Potters naar toe vliegen. Dwars
door de afdeling avondkleding. Opeens plat op mijn rug,. Was met mijn snavel
achter een kledinghangertje blijven hangen. Door maar weer. Alles was toegestaan
bij zwerkbal, ik had het zelf gelezen. In razende vaart werkte ik mij door de
omgevallen bakken cashewnoten heen en kwam om mijn as heen tollend op de
boekenafdeling aan. De angst zat er goed in.
Ik stond zwaar ademend midden
op de afdeling met een paar honderd angstige mensen om mij heen. “Zwerkbal”
riep ik nog eens heel hard. “Waar zit die kutpotter met zijn mietenbril?”
Een klein kindje, blijkbaar murw gebeukt door het reclameoffensief liep op mij
af en wilde mijn veren aaien. Daar kwam niets van in. Ik schopte hem ongenadig
hard met mijn uilenpoot onder zijn kleine hol. “Potje Zwerkbal, heeerlijk!!!”
En daar ging ik weer. Ik probeerde van de grond te komen. Rondje om het
winkelcentrum heen vliegen. Men kreeg waar voor zijn geld. Ik zweette zwaar in het
pak. Het beviel me goed.
Het plein op. Daar was de
bioscoop. Vol met fans. Fladderend nam ik mijn aanloop.
Doordevil
Nu ook: De
Verzamelde Kritieken
|