
|

Visite!
(01/07/2001)
(Wat vooraf ging)
Ik keek door ons keukenraam naar binnen. Schrik.
Daar zat mijn vrouw, met Reet en JB
van Alt0169 op de bank. Er wachtte mij weer iets vreselijks. Het hield nooit
op
Daar was ik lekker mee! Ze
hadden geen slechter moment kunnen kiezen. Ik had zo graag een triomfantelijke
entree gemaakt. Waltonsfeertje. Ik met mijn jas nog aan door de gang en de
kinderen cirkelsgewijs om mij heen draaiend. “Opzij kinderen, eerst moeder de
vrouw begroeten” En daarna met het hele gezin het collectegeld tellen. Dan was
de dag echt af geweest. Nu zaten daar die twee oetlullen. Ik had wel een vaag
vermoeden van wat mij te wachten stond. Ik keek nog eens door het raam naar naar
binnen. Zonder geluid was het al niet te harden. Reet stond nu midden in de
kamer en vertelde waarschijnlijk over de aankoop van alweer een nieuw peperduur
zinloos object uit Amerika. Dertig
jaar pantomime kwam er voorbij. Reet, het oudste hyperactieve kind van Nederland
Mijn vrouw en JB keken en luisterden zo te zien geamuseerd. Ik zag Reet
nu op zijn buik in de kamer liggen terwijl hij een malende beweging met zijn
benen maakte. Jezus, het ging weer over zijn buikligfiets.
“Omsmelten, lijertje” gromde ik. Reet mimede een korte draai op zijn
roadster en keek mij recht in het gezicht. Heel laf hield ik snel
de collectebus omhoog. “Nee, wat een verrassing, Reet!”
Nu was er geen weg meer terug.
Ik moest naar binnen. Mijn eigen huis in. Ik hoorde Reet al door de gang draven
om de deur open te doen. “Dijkie, brute collecteerder, zwaar langs de deuren
geroeleerd voor de kromgegroeiden, OK dan, kom verder oude reus, de kolonel is
er ook” Ik merkte dat Reet de geuzennaam van JB zonder enige ironie bezigde.
Hij zou voor hem met zijn roadster zo de zee in rijden richting Engeland. Ik
rilde.
“Hé, Dijkshoorn, lekkere
bank man heb je, man, echt door en door leer,hč, meneer laat het breed
hangen” begroette de Kolonel mij. Hij kotste van de bank betekende dit in het
vermoeiende webloggersjargon. “Ja,
ik kon van die met cybergel gevulde poef-elementjes krijgen bij Djeeez & Co.
maar die contrasteerden met mijn marmoleum” counterde ik. “Nee, goed juist,
ondergeschikte, in dit tijdsgewricht kiezen voor een burgermansbankje waarop het
goed toeven is na de gedane fysieke arbeid, dat ruled juist buitensporig hard”
Hij was dronken als een tor. We keken elkaar nog eens goed aan. Hij haatte mij
en ik haatte hem. Vanavond gingen we kijken wie er het hipst was. Een ouderwetse
razzia was het van het Vlot en Modernfront.
Reet had nergens erg in. Hij
holde nu heel hard langs mijn schutting om te kijken of een draadloze grasmaaier
misschien iets voor mij was. “Nog koffie, JB” vroeg ik.”Ja, lekker een
vierde bakje gaat er altijd in”. “Reet, limonade? stak ik mijn hoofd de tuin
in. “Ja, leuk Dijk, biertje graag, triesto” Mijn vrouw had opeens van alles
te doen in de nok van het huis en keek mij in het voorbijgaan vernietigend aan.
“Daar zitten we dan ”zei ik. “Ja, op jouw leren bank. Zit goed, Dijk, had
ik dat al gezegd? Vakmanschap. Jongen. Geen kinderarbeid, dat voel je”.
Ha, daar kwam Reet ook binnen. “Als je hem doorlust via een modulair
verdeelpunt kan je lekker vanuit je huiskamertje naar je grasmaaier kijken, pik
van me. Ik weet nog wel een mannetje. Geen probleem. Gaat heel drachtig
bruutrulen. Heb je het hem al verteld, Kolonel”
Nee, dat had hij niet. De
mannen waren wat van plan. “Luister eens, stukjesschrijver, wij gaan jou
vanavond eens wat anders dan een biefstuk laten proeven. We gaan er bij jou eens
wat banzaikeuken in trappen, Dijkemans. Biefstukken eten is meer iets voor de
oude nieuwe armen. Rauwe vis, dude, daar gaan we hard aan werken vanavond. Wij
betalen want wij zijn namelijk heel rijk”
Dat klopte wel, althans wat Reet betrof. Hij had een fortuin vergaard met een animatie
van een schijtende hond. Ik gunde het hem van harte. Vaak ging ik er nog
even langs, bij Recycle Dog om mijn muis over zijn poepert
te laten zweven. Geniaal moest ik toegeven. Reet liet hier hondsgewijs
zien hoe een iets ingedikte bruine kogel uit het lichaam viel. Eigenlijk keek je
naar je eigen kont. Zo zag ik het. Kon hij nu stil van leven. Bravo.
“Japans, ruler, we gaan
liggend eten, dat roeleert. Kijk niet zo sip, cynisch columnistje. Schrijf er
later maar een schijtlollige column over vol met rake observaties, maar nu gaan
we genieten”” Hij tilde me op, Reet. Dat was verkeerd. Er waren enkele
mensen die mij onaangekondigd mochten aanraken en Reet behoorde niet tot dit
selecte gezelschap. Ik hing als een stuk wild vlees in zijn armen.
“Kom op, we gaan weg uit deze
koffieshop, ouwe grasshopper. Zeg je vrouw gedag. Zeg maar dat je gaat genieten.
Reet, start de reetmobiel.” Daar
gingen we richting Amsterdam. De Kolonel voorin, naast Reet, die de auto
bestuurde met gele handschoenen en gele autoschoenen aan. Ik had alle tijd om de
heren eens goed te bekijken.
De Kolonel was op een stuitende
manier lang. Intimiderend lang. Zijn gedrag maakte hem nog eens twintig
centimeter langer. Vlak voor mij zat qua gevoelsbeleving een man van 2.56. Reet
zei niet veel. De Kolonel sprak zoals een ander schrijft en Reet lachte snuivend
en grommend als JB een pauze liet vallen. Als de pauze onaangenaam lang was zei
hij werktuigelijk “dat ruled bruut”. Zat je altijd goed. Ik werd enorm
gestraft, dat was zeker. Ik zat achterin bij de postmoderne mounties en ik moest
luisteren of ik wilde of niet. De Kolonel was nu heel druk iets aan het
vertellen over de mond van een songfestivaldeelneemster. “Noteer, Reet, ideale
lippen met een suggestie van pijpstertje”
Weer dat gesnuif van Reet. Het begon me te vervelen. “ZIJN WE ER AL, IK
HOUD HET NIET MEER, IK WIL RAUW ETEN, LOGGERS” schreeuwde ik tussen de hoofden
in. “Geduld, Dijkskever, rusteloos vleesetertje, we zijn er bijna”
Inderdaad werd na tien minuten
de auto geparkeerd. Reet verwisselde zijn schoenen terwijl JB en ik op de hoek
van de straat wachten. “Goede jongen Reet, maar te impulsief. Jij bent
bedachtzaam, hoorn, daar houd ik van”. “Mijn
togus, JB, ik moet iets te eten hebben, nu. Collecteren maakt hongerig.” Ik
had geen zin om dit spelletje nog langer mee te spelen, de neten voor hem . Reet
had zich bij ons gevoegd en droeg een rugzak van Mexx . Vertrouwd beeld. Tijden
onze fietstocht had hij hem al gedragen en had ik, wanhopig aanklampend als Reet
weer eens zwaar temporiseerde op zijn roadster, mij urenlang afgevraagd waar het
leverkleurige object op Reet zijn rug voor diende. Ik wist toen bijna zeker dat
Reet weer het nieuwste van het nieuwste op zijn rug droeg, namelijk de mobiele römertopf.
Een even simpel als briljant plan. Een stenen oven op je rug meedragen. ’s
Ochtends een rauwe kip er in en des avonds kwam hij, zachtjes gaargebraden op
gedoneerde lichaamswarmte zijn klei-oventje uit rollen. Zonnepanelen maar dan
anders. Vlees toebereiden met wat de natuur ons gaf. Maar niets daar van. Het
bleek een terrakleurige baarmoeder van plastic te zijn die Reet als een rugzak
met zich meedroeg. “Dijksman
heeft honger. Voorhonger zeg maar. Kom”, zei JB en hij liep volkomen
onverwacht een McDonalds binnen.
De universele gezelligheid
greep me flink bij de keel. Kijk, daar stond Ronald McDonald, de Vrolijke
Kankerclown. Hij lachte. Geen hond te bekennen in dit filiaal. Het personeel
verpoosde zich met elkanders bedekte geslachten. Geil sfeertje achter de
toonbank. Nog twee uurtjes werken en dan snel naar huis, neuken. Dat voelde ik
maar al te goed. JB liep op een vrouwenpet af die klaarstond om onze bestelling
te noteren. “Goedenavond.” Hij gaf haar een hand. Stelde ons ook voor aan
het 16 jarige meisje. “Reet, kunstenaar en rectale hondenanimator en dit is
Dijkshoorn, bekend van BigBrother, burgermannetje” Ze schudde ons bevreesd de
hand. “Wat kunt u ons aanraden vandaag?” vroeg JB. Dit was nu net het gedrag
dat ik zo haatte. Lekker origineel gaan staan doen tussen de plebs. Het leven
als één lange doorlopende voorstelling straattheater, dat wereldbeeld, daar
was ik niet dol op. JB ging inmiddels onverdroten voort. “Die maaknuugets, wat
u daarnet zei, kip in een krokant jasje, wordt daar de saus apart bij
geserveerd? Kan dat, dat u de saus apart aan ons geeft, dus niet er overheen,
maar gewoon in onze handen, verpakt, dat we het moment van dippen zelf kunnen
kiezen? Dat kan! OK dan! Ruled. En dan nog even iets over de kaas, kunt u
die voor mij ietsje hitte van bovenaf geven, met de grill, zeg maar medium
smelten, fijn, bedankt, we zitten aan het raam, daar bij tafel 14, dank u”
Opeens een minder geil sfeertje. Kunstenaarsalarm. Of we op wilden flikkeren. We
moesten een ander in de maling nemen maar niet floormanager Mustafa Kabul.
“Jammer, u bezit een heerlijk pandje met een uitgelezen kaart, duizend keer
jammer, maar helaas”
“En nu naar de Jap, zou Wim
Kan zeggen”. Ik kon opeens niet meer wachten Aan de overkant van de
straat zag ik een uit steen gehouwen Enge Vis Met Veel Gezicht aan de gevel
hangen. “Daar is het” zei JB.
(wordt vervolgd)
Doordevil
|

|